Alarmbelprocedure: plicht van de bestuurder, zorg van de accountant?

Als accountant of belastingadviseur bevindt u zich samen met uw cliënt in de financiële cockpit van de onderneming. U analyseert de cijfers, detecteert de trends en bent vaak de eerste die merkt wanneer turbulentie op komst is. In die unieke vertrouwenspositie bent u niet enkel een cijferaar, maar een cruciale adviseur voor het bestuursorgaan. Een wettelijk mechanisme, even dwingend als risicovol, komt dan immers in beeld: de alarmbelprocedure.
Hoewel de eindverantwoordelijkheid voor het activeren van deze procedure bij het bestuursorgaan ligt, rust de detectie dikwijls op uw bureau. Een niet of laattijdig ingrijpen kan bestuurders persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de schulden van de onderneming. In het kielzog daarvan kan ook uw professionele aansprakelijkheid als adviseur in vraag worden gesteld. Dit artikel wil u als adviseur wapenen met de kennis om de alarmsignalen tijdig te herkennen, de procedure te doorgronden en uw cliënten – én uzelf – te beschermen tegen de zware gevolgen van stilzitten. Bent u zich bewust van de signalen én van uw bijzondere rol in dit proces?
Finaliteit van de alarmbelprocedure
De alarmbelprocedure is een wettelijke procedure die het bestuursorgaan van een vennootschap (NV, BV of CV) verplicht om binnen een strikte termijn de algemene vergadering (AV) van de onderneming bijeen te roepen wanneer de financiële gezondheid van de vennootschap is aangetast of dreigt te worden aangetast. De finaliteit van de alarmbelprocedure is tweeledig: enerzijds de belangen van derden, voornamelijk de schuldeisers, beschermen; en anderzijds de aandeelhouders informeren en hen laten beslissen over de toekomst van de vennootschap. Het is als het ware een formele waarschuwing die de bestuurders dwingt tot reflectie en actie.
 
De alarmbelprocedure is een ex post-beschermingsmaatregel: ze treedt in werking wanneer de financiële situatie van de onderneming (al dan niet aanzienlijk) is verslechterd. Dat deze procedure wordt geactiveerd, betekent echter niet automatisch dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is.
1. Bescherming van derden (schuldeisers)
De alarmbelprocedure wil voorkomen dat een vennootschap die in slechte papieren zit haar activiteiten ongewijzigd voortzet en nieuwe verbintenissen aangaat die ze wellicht niet kan nakomen, waardoor de schuldenput verder aangroeit. Ze beschermt de ‘boedel’ tegen verdere uitholling van het actief en vrijwaart zo de (toekomstige) verhaalsmogelijkheden van de schuldeisers.
 
2. Responsabilisering van bestuur en aandeelhouders
De procedure dwingt het bestuursorgaan om de aandeelhouders formeel te confronteren met de precaire financiële toestand van de onderneming. De aandeelhouders moeten een bewuste keuze maken: ofwel engageren ze zich tot concrete herstelmaatregelen, ofwel besluiten ze over te gaan tot ontbinding van de vennootschap.

De verplichting tot bijeenroeping van de algemene vergadering rust op het bestuursorgaan. Het is niet voldoende om deze verplichting alleen in acht te nemen bij de opmaak van de jaarrekening. Ze ontstaat zodra het bestuur weet – of redelijkerwijs had moeten weten – dat een bepaalde drempel is bereikt. Tussentijdse cijfers, een halfjaarlijkse staat of een onvoorziene tegenslag kunnen de procedure activeren.
De triggers: wanneer gaat de alarmbel af?
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) maakt een onderscheid tussen de activeringsmechanismen van de alarmbelprocedure in functie van de vennootschapsvorm.
 
1. Voor de BV en CV: dubbele test (art. 5:153 en 6:119 WVV)
Met de afschaffing van het kapitaalbegrip in de BV en CV werd een meer economisch geïnspireerde dubbele test ingevoerd: de balanstest (nettoactief) en de liquiditeitstest. De alarmbel rinkelt zodra één van de volgende situaties zich voordoet.
 
1.1. Balanstest of nettoactieftest (eigen vermogen – art. 5:142 en 6:115 WVV)
De alarmbelprocedure wordt geactiveerd wanneer het nettoactief van de vennootschap negatief is geworden of negatief dreigt te worden.
Wat is het nettoactief?

Artikel 5:142 WVV definieert het nettoactief als het totaalbedrag van de activa, verminderd met de voorzieningen, de schulden en, behoudens uitzonderingen, de nog niet afgeschreven oprichtings- en uitbreidingskosten en kosten voor onderzoek en ontwikkeling. Meestal komt dit neer op het boekhoudkundig eigen vermogen.
De ‘dreiging’
Als het nettoactief negatief is geworden of dreigt te worden, moet worden ingegrepen. Het bestuur kan niet passief wachten tot het nettoactief onder nul duikt. Het moet een prognose maken en overgaan tot de liquiditeitstest. Als adviseur kan u het bestuur helpen om dit concreet te maken door op basis van tussentijdse resultaten en prognoses te extrapoleren (businessplan).

1.2. Liquiditeitstest (cashflow – art. 5:143 en 6:116 WVV)
De alarmbelprocedure wordt ook geactiveerd wanneer het bestuursorgaan vaststelt dat het niet langer zeker is dat de vennootschap, volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, haar schulden zal kunnen voldoen naarmate deze opeisbaar worden gedurende de volgende twaalf maanden.

Deze tweede cashflowtest is subjectiever. De wet vereist een dynamische analyse van de toekomstige kasstromen. Een vennootschap kan perfect solvabel zijn op papier, maar toch illiquide zijn. Daarom vereist de test een kasstroomplanning (cashflow forecast) voor de komende twaalf maanden. De rol van de adviseur is hier essentieel. Het bestuur moet, met uw hulp, alle redelijkerwijs te verwachten inkomsten en uitgaven in kaart brengen. Als uit deze prognose blijkt dat de vennootschap structureel haar opeisbare schulden niet zal kunnen betalen over een periode van twaalf maanden, is het resultaat van de test negatief. Statische ratio’s zoals de current ratio of quick ratio kunnen een eerste indicatie zijn, maar volstaan op zichzelf niet.

2. Voor de NV: kapitaalgebonden drempels (art. 7:228 WVV)
Voor de NV blijft de regeling gebaseerd op de verhouding tussen het nettoactief en het maatschappelijk kapitaal (art. 7:228 WVV). De alarmbelprocedure kent hier twee cijfermatige drempels:
Drempel 1: het nettoactief is gedaald tot minder dan de helft (50%) van het maatschappelijk kapitaal.
Drempel 2: het nettoactief is gedaald tot minder dan een kwart (25%) van het maatschappelijk kapitaal.

Het kapitaal moet hierbij begrepen worden als het geplaatste kapitaal. Dit betekent dat een NV die bij oprichting het kapitaal niet volledig heeft volgestort, sneller met de alarmbelprocedure geconfronteerd kan worden.

Ter volledigheid wordt meegegeven dat voor de NV nog een aparte procedure bestaat wanneer het nettoactief daalt tot beneden het wettelijk minimumkapitaal van 61.500 euro (art. 7:229 WVV). In dat geval kan elke belanghebbende of het openbaar ministerie de gerechtelijke ontbinding van de onderneming vorderen. De rechtbank kan de vennootschap een termijn geven om haar toestand te regulariseren. Deze procedure staat los van het hierna beschreven verloop van de alarmbelprocedure.

Procedureverloop in de praktijk
Zodra een trigger is geactiveerd, volgt een strikte en formalistische procedure.
 
1. Vaststelling door het bestuursorgaan
Het moment van vaststelling is de datum waarop het bestuursorgaan vaststelde dat, als gevolg van verliezen, het nettovermogen van de vennootschap in gevaar is (de ‘triggers’) – of, belangrijker nog, had moeten vaststellen. De waakzaamheid van het bestuursorgaan moet dus doorlopend worden uitgeoefend. Onwetendheid is geen excuus.
 
2. Bijeenroepen AV binnen twee maanden

Na de vaststelling heeft het bestuursorgaan twee maanden de tijd om de (bijzondere) algemene vergadering bijeen te roepen. De algemene vergadering moet ook effectief samenkomen binnen die termijn. Wachten op de jaarlijkse algemene vergadering is geen optie als die buiten deze termijn valt.

3. Opmaken en ter beschikking stellen van bijzonder verslag

In de oproeping tot de algemene vergadering geeft het bestuursorgaan aan of het de ontbinding (discontinuïteit) dan wel de voortzetting van de vennootschap (continuïteit) voorstelt. In het laatste geval licht het bestuursorgaan in een bijzonder verslag de voorgenomen herstelmaatregelen toe, welk verslag samen met de oproeping aan de aandeelhouders wordt meegedeeld.

Het bijzonder verslag moet ten minste 15 dagen vóór de algemene vergadering ter beschikking van de aandeelhouders worden gesteld. Afwezigheid van dit bijzonder verslag maakt het genomen besluit van de algemene vergadering nietig.

3.1. Voorstel tot voortzetting (continuïteit)
Het voorstel tot voortzetting gaat verplicht gepaard met een uiteenzetting en onderbouwing van de gepaste herstelmaatregelen om de financiële toestand van de onderneming structureel te verbeteren. Het gaat hierbij niet om intentieverklaringen of vage beloften, maar om concrete, passende en uitvoerbare maatregelen. Het louter mondeling toelichten van de maatregelen op de algemene vergadering is onvoldoende.

Voorbeelden van herstelmaatregelen zijn: kapitaalverhoging door inbreng in geld of natura, herzien van de kostenstructuur, aantrekken van nieuwe kredieten of heronderhandeling van bestaande leningen, fusie/splitsing, uitrollen van nieuwe rendabele activiteiten, …

3.2. Voorstel tot ontbinding (discontinuïteit)
Indien ontbinding wordt voorgesteld, wordt de verplichting van een verslag niet opgelegd door het artikel van de alarmbelprocedure zelf, maar door de algemene regels van vrijwillige ontbinding. Het verslag moet motiveren waarom de continuïteit niet langer haalbaar of wenselijk is en moet vergezeld gaan van een recente staat van activa en passiva (art. 2:71 WVV).

4. Bijeenkomst en besluitvorming AV
De algemene vergadering beraadslaagt over het verslag en beslist over de voorgestelde herstelmaatregelen of de ontbinding. De algemene vergadering is niet gebonden door het voorstel van het bestuursorgaan en kan autonoom beslissen.

De meerderheid die nodig is voor een besluit van de AV varieert afhankelijk van de vennootschapsvorm, de inhoud van de beslissing en eventueel strengere statutaire regels. In geval van voortzetting volstaat doorgaans een gewone meerderheid om de voorgestelde herstelmaatregelen goed te keuren. Voor een ontbinding gelden in principe de meerderheidsregels vereist voor een statutenwijziging. Voor de NV geldt een uitzondering: als het nettoactief gedaald is tot minder dan één vierde van het kapitaal, volstaat één vierde van de stemmen op de vergadering om tot de ontbinding te besluiten (art. 7:228, vierde lid WVV).
Gevolgen van niet-naleving: een dure vergissing
Het negeren van de alarmbelprocedure is een ernstige tekortkoming van het bestuur. De sancties zijn navenant.
 
1. Aansprakelijkheid van bestuurders
Niet-naleving van de formaliteiten van de alarmbelprocedure is een klassieke grond voor bestuurdersaansprakelijkheid, gelet op het wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid (art. 5:153, § 3 WVV (BV) en art. 7:228, laatste lid WVV (NV)):
“Is de algemene vergadering niet overeenkomstig dit artikel bijeengeroepen, dan wordt de door derden geleden schade, behoudens tegenbewijs, geacht uit het ontbreken van de bijeenroeping voort te vloeien.”

Concreet houdt deze regel in dat een schuldeiser (of curator na faillissement) die schade lijdt niet langer moet bewijzen dat zijn schade (bijvoorbeeld onbetaalde facturen) het gevolg is van de fout van de bestuurder. De wet draait de bewijslast om. Het is aan het bestuur om het tegenbewijs te leveren: zij moeten aantonen dat de schade ook zou zijn opgetreden als de AV wél correct was bijeengeroepen. Dit bewijs is niet makkelijk te leveren, zeker niet wanneer de vennootschap nog contracten is aangegaan na het moment waarop de alarmbelprocedure toegepast had moeten worden.
 
2. Link met wrongful trading
Niet-inachtneming van de alarmbelprocedure kan ook een doorslaggevend element zijn bij een vordering wegens wrongful trading (art. XX.227 WER). Deze vordering gaat over de aansprakelijkheid van een (gewezen) bestuurder wegens het ‘kennelijk onredelijk verderzetten van een verlieslatende activiteit’.

De rechtbank kan immers oordelen dat een bestuurder die de alarmsignalen van de wet negeert, wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de onderneming reddeloos verloren was. Door de activiteiten desondanks verder te zetten, heeft hij de schuldenput verder vergroot. In dat geval kan de curator de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor (een deel van) de toename van het passief.
 
3. En de adviseur?
Hoewel u als accountant of fiscaal adviseur geen wettelijke plicht heeft om de alarmbelprocedure te activeren, heeft u wel een contractuele en deontologische advies- en informatieplicht ten aanzien van uw cliënt. Uw beroepsaansprakelijkheid kan in het gedrang komen als u – in het kader van de u toevertrouwde opdracht – tekortschiet in het (tijdig) signaleren van de wettelijke triggers die uit de cijfers blijken, of indien u nalaat het bestuur (schriftelijk) te wijzen op de ernstige juridische gevolgen van hun stilzitten.

Een curator zou na faillissement kunnen argumenteren dat uw stilzwijgen een beroepsfout is die heeft bijgedragen aan de toename van het passief. Het is daarom essentieel om uw advies schriftelijk aan het bestuursorgaan te communiceren en goed te documenteren. Hiermee toont u aan dat u uw inspanningsverbintenis als adviseur correct hebt ingevuld.
Conclusie: onmisbare rol van de adviseur
Niet-naleving van de alarmbelprocedure schept potentieel verstrekkende financiële gevolgen voor het bestuur van de vennootschap. De complexiteit van de alarmbelprocedure, zeker in de BV met de dubbele toets, vereist een alerte en proactieve houding van het bestuursorgaan. Als adviseur fungeert u als de financiële assistent: u leest de instrumenten af en waarschuwt de kapitein voor naderend onweer. Uw taak is niet om het stuur over te nemen, maar wel om ervoor te zorgen dat de kapitein alle nodige informatie heeft om de juiste inschatting te maken. Finaal is het de algemene vergadering die de beslissing neemt.
 
Uw rol als accountant is hierbij drieledig:
1. Detecteren: proactief de financiële ratio’s en prognoses opvolgen om de triggers tijdig te identificeren (voor zover het kader van uw opdracht dit toelaat).
2. Informeren: het bestuur schriftelijk wijzen op de wettelijke verplichtingen, de strikte termijnen en de risico’s bij niet-naleving.
3. Assisteren: ondersteunen bij de opmaak van financiële en boekhoudkundige staten, en opstellen van een realistisch en onderbouwd bijzonder verslag met concrete, gepaste herstelmaatregelen.

Door deze rol ter harte te nemen, helpt u de onderneming door woelig water te loodsen, beschermt u de bestuurders tegen persoonlijke financiële risico’s én vrijwaart u uw eigen professionele aansprakelijkheid.
 

🖋️ Over de auteurs

Mathieu Verfaillie is vennoot bij Bricks Advocaten en gespecialiseerd in ondernemingsrecht, vennootschapsrecht en vastgoedfiscaliteit. Hij adviseert en begeleidt ondernemingen en investeerders bij hun juridische en fiscale structuren, met een sterke nadruk op praktische en duurzame oplossingen.

Natalie Van Boven is advocaat bij Bricks Advocaten en legt zich toe op het ondernemingsrecht in ruime zin. Ze staat ondernemingen bij in uiteenlopende juridische dossiers en streeft daarbij naar een resultaatgerichte aanpak.

Gepubliceerd op

Categorieën

Tags

Sharing

Gerelateerde artikelen

Ondernemersfalen wordt vandaag niet langer louter als een tekortkoming beschouwd, maar meer en meer, gelukkig maar, als een onderdeel van economische dynamiek. In het Belgische vennootschapsrecht (WVV) bestaat een gelaagd...
In de programmawet van juli 2025 kondigde de fiscale wetgever een wetswijziging aan die vooral sleutelt aan de autofiscaliteit in de personenbelasting. Op de vennootschapsbelasting is de impact veel minder...
Van minimumvereisten naar duurzaam kwaliteitsleiderschap: een stap vooruit voor kwaliteit, professionaliteit en vertrouwen   Deel 2: de 11 Algemene Kwaliteitsvereisten De invoering van de Norm Intern Kwaliteitsmanagement (IKM) vormt een...
De kranten staan er vol van, op het werk hoor je collega’s praten over de nieuwste functionaliteiten, en op elk netwerkevent valt de term: Generatieve Artificiële Intelligentie (GenAI). De ontwikkeling...
Van minimumvereisten naar duurzaam kwaliteitsleiderschap: een stap vooruit voor kwaliteit, professionaliteit en vertrouwen Deel 1: Inleiding, doelstelling & historie De invoering van de Norm Intern Kwaliteitsmanagement (hierna IKM-norm) markeert een...
De vereffening van een vennootschap is een juridisch afgelijnd proces dat verder gaat dan een louter administratieve afwikkeling. Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen voorziet verschillende trajecten, met uiteenlopende voorwaarden...
De investeringsaftrek vormt een fiscaal voordeel voor ondernemingen die investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen in België. Ondernemingen kunnen de aanschaffingswaarde van de in aanmerking komende investeringen voor een bepaald percentage in...
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vormt één van de hoekstenen van de Europese duurzaamheidswetgeving. De richtlijn werd in eerste instantie geconcipieerd om bedrijven in heel Europa – met uitzondering...
Accountants zijn bij uitstek vakmensen. Het beroep rust op een stevige basis van technische expertise: boekhoudkundige regels, fiscale wetgeving, jaarrekeningen, rapporteringen, complianceverplichtingen, … Zonder diepgaande vakkennis is het onmogelijk om...
Op 9 december 2025 organiseerden het ITAA en de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) een workshop rond de bestrijding van witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Deze bijeenkomst...