De uitkering van dividenden vormt een belangrijk moment in het leven van een vennootschap. Achter deze ogenschijnlijk eenvoudige handeling gaat echter een strikt gereglementeerd mechanisme schuil.
Omwille van de wettelijke voorwaarden, de boekhoudkundige regels en de fiscale gevolgen is een dividenduitkering geen beslissing die je lichtzinnig kan nemen. Elke stap moet zorgvuldig worden geanalyseerd om enerzijds te waarborgen dat de verrichting voldoet aan de wettelijke vereisten en anderzijds het financiële evenwicht van de vennootschap te vrijwaren. Vooraleer je tot een dividenduitkering overgaat, is het dan ook essentieel dat je de verschillende gevolgen goed begrijpt.
Juridische en boekhoudkundige implicaties
We onderscheiden drie vormen van dividenduitkeringen:
Het gewone dividend
dit wordt beslist door de gewone algemene vergadering bij de goedkeuring van de jaarrekening. Het wordt uitgekeerd uit de uitkeerbare winst van het afgesloten boekjaar en, in voorkomend geval, uit de overgedragen winst en/of de uitkeerbare reserves, met inachtneming van de regels inzake kapitaal- of vermogensbescherming en de toepasselijke tests afhankelijk van de rechtsvorm van de vennootschap.
Het interimdividend
dit wordt beslist door een algemene vergadering die buiten de gewone algemene vergadering wordt gehouden. In een NV kan een interimdividend worden uitgekeerd op basis van de laatst goedgekeurde jaarrekening en ten laste van de overgedragen winst en de beschikbare reserves. In een BV kan het eveneens worden uitgekeerd uit de winst van het lopende boekjaar, wat in een NV niet is toegestaan.
Het voorschot op dividend, artikel 7:213 WVV
dit wordt beslist door het bestuursorgaan, voor zover de statuten dit toelaten. Het voorschot wordt in principe uitgekeerd uit de winst van het lopende boekjaar, uit de winst van het vorige boekjaar zolang de jaarrekening daarvan nog niet werd goedgekeurd, evenals uit de overgedragen winst (desgevallend gecorrigeerd met het overgedragen verlies). In een BV bestaat er geen ‘voorschot op dividend’ in de zin van artikel 7:213 WVV, maar kunnen de statuten het bestuursorgaan wel de bevoegdheid geven om bepaalde uitkeringen te verrichten, ook uit de winst van het lopende boekjaar, mits naleving van de voor de BV geldende tests (zie hieronder).
Bepaling van de uitkeerbare winst
Aangezien buitensporige uitkeringen de solvabiliteit en liquiditeit van de vennootschap in gevaar kunnen brengen, heeft de wetgever strikte grenzen ingevoerd waarbinnen dividenden mogen worden uitgekeerd.
1.1 In een BV
1.1.1 Nettoactieftest
De balanstest of nettoactieftest heeft tot doel te waarborgen dat de uitkering van een dividend er niet toe leidt dat het nettoactief van de vennootschap lager wordt dan het bedrag van het onbeschikbaar eigen vermogen. Wanneer een vennootschap beschikt over eigen vermogen dat krachtens de wet of de statuten onbeschikbaar is, mag geen uitkering plaatsvinden indien het nettoactief lager is dan het bedrag van dat onbeschikbare eigen vermogen of daardoor lager zou worden ten gevolge van de uitkering.
Het WVV omschrijft het nettoactief als “het totaalbedrag van de activa, verminderd met de voorzieningen, de schulden en, behoudens in uitzonderlijke gevallen te vermelden en te motiveren in de toelichting bij de jaarrekening, de nog niet afgeschreven bedragen van de oprichtings- en uitbreidingskosten en de kosten voor onderzoek en ontwikkeling”.
Deze test wordt uitgevoerd op basis van de laatst goedgekeurde jaarrekening of op basis van een recentere staat van activa en passiva. Indien een commissaris is benoemd, beoordeelt hij deze staat en voegt hij deze toe aan zijn jaarlijks controleverslag.
1.1.2 Liquiditeitstest
De BV moet daarnaast ook een liquiditeitstest uitvoeren. De beslissing tot uitkering die door de algemene vergadering wordt genomen, heeft immers slechts uitwerking indien het bestuursorgaan vaststelt dat de vennootschap, als gevolg van de uitkering en rekening houdend met de ontwikkelingen die redelijkerwijze kunnen worden verwacht, gedurende een periode van minstens twaalf maanden vanaf de datum van betaalbaarstelling van het dividend in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden.
Het bestuursorgaan motiveert zijn beslissing over de liquiditeitstest in een verslag. Indien een commissaris werd benoemd, beoordeelt hij de historische en prospectieve boekhoudkundige en financiële gegevens van dat verslag.
1.1.3 Uitkeringen beslist door het bestuursorgaan
Een uitkering kan worden beslist door het bestuursorgaan van een BV, voor zover de statuten deze bevoegdheid aan het bestuursorgaan hebben gedelegeerd. In dat geval kan de uitkering in wezen gebeuren uit de winst van het lopende boekjaar, uit de winst van het vorige boekjaar zolang de jaarrekening daarvan nog niet werd goedgekeurd, evenals uit de overgedragen winst. Deze mogelijkheid mag echter niet worden gebruikt om de regels inzake bescherming van het vennootschapsvermogen te omzeilen. De uitkering of betaalbaarstelling kan slechts worden beslist indien zowel de nettoactieftest als de liquiditeitstest zijn nageleefd.
Wanneer de BV over een commissaris beschikt, speelt deze eveneens een rol bij de uitkeringstests. Indien de uitkering wordt beoordeeld op basis van een staat die de activa en passiva samenvat (en niet uitsluitend op basis van de laatst goedgekeurde jaarrekening), moet deze staat aan de commissaris worden voorgelegd. Hij beoordeelt deze overeenkomstig de wettelijke bepalingen en zijn werkzaamheden maken deel uit van de wettelijke controle.
Ten slotte moet worden benadrukt dat dergelijke uitkeringen die door het bestuursorgaan van een BV worden beslist, geen ‘voorschot op dividend’ vormen in de zin van artikel 7:213 WVV, aangezien die regeling uitsluitend geldt voor de NV.
1.2 In een NV
1.2.1 Nettoactieftest
De naamloze vennootschap moet vóór een dividenduitkering een balanstest of nettoactieftest uitvoeren. Er mag geen uitkering plaatsvinden indien het nettoactief, zoals dat blijkt uit de laatst goedgekeurde jaarrekening, lager is dan het bedrag van het gestorte of opgevraagde kapitaal, vermeerderd met de wettelijk of statutair onbeschikbare reserves, of daardoor lager zou worden ten gevolge van de uitkering. Bij een interimdividend vormen de laatst goedgekeurde jaarrekeningen de referentie voor deze test.
Net zoals bij een BV wordt het begrip nettoactief in een NV gedefinieerd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
Sancties bij niet-naleving van de tests
2.1 BV
Wanneer dividenden worden uitgekeerd zonder dat aan de voormelde tests is voldaan, kan de BV de uitgekeerde dividenden terugvorderen van de aandeelhouders.
Daarnaast lopen de bestuurders het risico hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld ten aanzien van de vennootschap en derden voor alle schade die deze derden lijden als gevolg van de onregelmatige uitkering. Het zijn immers de bestuurders die de dividenduitkering aan de algemene vergadering voorstellen. Zij dragen dan ook de verantwoordelijkheid om de daarmee gepaard gaande wettelijke beperkingen na te leven.
2.2 NV
Wanneer de hierboven vermelde voorwaarden niet werden nageleefd, moeten de aandeelhouders die een onregelmatige uitkering hebben ontvangen deze slechts terugbetalen indien de vennootschap kan aantonen dat zij op de hoogte waren van de onregelmatigheid of daarvan, gelet op de omstandigheden, niet onwetend konden zijn.
Aangezien de uitkering wordt voorgesteld door het bestuursorgaan, kunnen de bestuurders bovendien aansprakelijk worden gesteld (met name hoofdelijk) tegenover de vennootschap en derden voor de schade die voortvloeit uit een dividenduitkering die in strijd is met de toepasselijke regels. Zij moeten immers toezien op de naleving van de wettelijke en statutaire voorwaarden en beperkingen die voor elke uitkering gelden. In voorkomend geval kan ook een strafrechtelijke aansprakelijkheid aan de orde zijn.
Conclusie
Een dividenduitkering is veel meer dan een eenvoudige winstverdeling. Het gaat om een strategische verrichting die een grote nauwkeurigheid vereist. Met het oog op de naleving van de door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen opgelegde nettoactieftest en liquiditeitstest, en in het licht van de fiscale optimalisatie en een regelgeving die voortdurend evolueert, is de begeleiding door boekhoudkundige, fiscale en juridische professionals essentieel om elke stap van het proces op een rechtszekere manier te laten verlopen.
Valérie Honnay startte haar carrière bij Grant Thornton in maart 2015. Zij adviseert Belgische en internationale ondernemingen op het vlak van de vennootschapsbelasting. Daarnaast behandelt Valérie ook dossiers inzake de internationale mobiliteit van werknemers, voornamelijk vanuit het oogpunt van de personenbelasting.
Sakine Yilmaz was gedurende zeven jaar actief als advocaat gespecialiseerd in vennootschapsrecht en handelsrecht. Sinds 2024 is zij juridisch adviseur bij Grant Thornton. Haar expertise omvat fusies en overnames, vennootschapsrecht, handelscontracten, het verenigingsrecht en het recht van de non-profitsector.
Kané Arif startte haar carrière bij Grant Thornton in september 2023. Zij adviseert Belgische en internationale ondernemingen inzake de vennootschapsbelasting en behandelt daarnaast dossiers rond de internationale mobiliteit van werknemers, voornamelijk vanuit het perspectief van de personenbelasting.