De tijd dat landsgrenzen een struikelblok vormden voor de fiscale administratie om informatie te vergaren, ligt inmiddels ver achter ons. Door de opkomst van de Common Reporting Standard (CRS) en de zeer uitgebreide internationale gegevensuitwisseling, is het bankgeheim nagenoeg wereldwijd gesneuveld.
Dit artikel biedt een analyse van enkele aandachtspunten met betrekking tot buitenlandse rekeningen. We bekijken de gekende meldingsplichten, de impact van artikel 358 WIB92 en de zware sancties die dreigen bij het niet-naleven van de betreffende verplichtingen.
De gekende verplichtingen: Aangifte en het Centraal Aanspreekpunt (CAP)
De basisverplichting voor Belgische rijksinwoners met betrekking tot buitenlandse rekeningen betreft de jaarlijkse aangifte in de aangifte personenbelasting (art. 307, § 1/1, eerste lid, a) WIB92). In het tweede lid van datzelfde artikel wordt vervolgens vermeld dat ten laatste gelijktijdig met de indiening van de aangifte personenbelasting het bestaan van de buitenlandse rekening moet worden gemeld bij het Centraal Aanspreekpunt (CAP).
De wetgever eist dus een dubbele transparantie: enerzijds via de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting, anderzijds via een specifieke melding bij het CAP van de Nationale Bank van België (NBB).
Aangifte in de Personenbelasting (Vak XIII)
Wanneer een belastingplichtige (of diens echtgenoot/wettelijk samenwonende partner, of hun minderjarige kinderen) op enig moment in het belastbare tijdperk titularis of medetitularis was van een buitenlandse rekening, moet dit in de aangifte personenbelasting worden vermeld in vak XIII.
De belastingplichtige moet in rubriek A (door het vakje naast code 1075-89 al dan niet aan te kruisen) aangeven of er in het betrokken inkomstenjaar op enig ogenblik bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling één of meer rekeningen geopend waren:
- ofwel op naam van de belastingplichtige (voor echtgenoten en wettelijk samenwonenden gaat het zowel om individuele rekeningen als om rekeningen op naam van beiden)
- ofwel op naam van de belastingplichtige zijn/haar (niet ontvoogd minderjarig) kind, waarbij de belastingplichtige het wettelijk genot had van de inkomsten
- ofwel op naam van een vereniging, bedoeld worden verenigingen die geen winst of baten verkrijgen en die niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, en die worden beheerd door de belastingplichtige, de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de belastingplichtige, of de belastingplichtige zijn/haar (niet ontvoogd minderjarig) kind, waarbij de belastingplichtige het wettelijk genot had van deinkomsten.
Als dat vakje moet worden aangekruist, moet je per rekening melden:
- de naam en voornaam van de titularis of, voor een rekening op naam van een vereniging, van de beheerder van de rekening
- het land waar de rekening geopend was
of de belastingplichtige de wettelijk bepaalde gegevens over die rekening bij het CAP heeft gemeld (door het vakje ernaast aan te kruisen of niet).
Melding bij het CAP (NBB)
Naast de vermelding in de aangifte, moeten de gedetailleerde gegevens van de rekening ten laatste gelijktijdig met de indiening van de belastingaangifte worden gemeld aan het CAP. De melding kan elektronisch (via de applicatie op de website van de NBB, inloggen met eID of Itsme) of op papier gebeuren.
De volgende gegevens zijn volgens het koninklijk besluit van 13 april 2015 verplicht over te maken aan het CAP:
De naam, de eerste officiële voornaam van de belastingplichtige en zijn/haar identificatienummer in het Rijksregister. Indien de belastingplichtige niet in het Rijksregister is opgenomen, moet het identificatienummer toegekend bij de Kruispuntbank van de sociale zekerheid (het 'register-bisnummer') worden meegedeeld.
Voor elke buitenlandse rekening: het rekeningnummer (het IBAN-nummer wanneer dit nummer bestaat).
De benaming van de buitenlandse bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling.
De BIC-code van deze instelling, of haar volledig adres wanneer deze instelling geen BIC-code heeft.
Het land waar deze rekening werd geopend.
Het jaar waarin deze rekening werd geopend. In principe is dit ten vroegste kalenderjaar 2011, aangezien de wetgeving inzake de aangifte van de buitenlandse rekening en de daarbij behorende melding bij het CAP pas in voege is sinds aanslagjaar 2012.
Bij de afsluiting van elke buitenlandse rekening waarvan de belastingplichtige het bestaan eerder aan het CAP heeft meegedeeld: het rekeningnummer, de naam van de financiële instelling, het land en de sluitingsdatum van de rekening.
Het is bijgevolg van belang om elk jaar bij de aangifte te controleren of er nieuwe buitenlandse rekeningen zijn geopend dan wel afgesloten. Een eenmalige melding bij het CAP per rekening is voldoende; nadien volstaat het jaarlijkse vinkje in de aangifte in de personenbelasting, tenzij de rekening wordt afgesloten (wat zoals toegelicht eveneens aan het CAP gemeld moet worden).
De impact van de CRS-Fiches
De Belgische fiscale administratie heeft uiteraard ook nog een andere weg om bovenvermelde informatie (en meer) te bekomen indien de belastingplichtige zijn verplichtingen niet naleeft. Via CRS wisselen talloze landen, waaronder België, immers jaarlijks automatisch financiële gegevens uit.
De buitenlandse financiële instelling rapporteert daarbij de gegevens van de rekeningen, saldi en inkomsten (interesten, dividenden, bruto-opbrengsten uit de verkoop van activa) van belastingplichtigen aan de fiscale administratie van het betrokken land. Deze stuurt de gegevens in de vorm van zogenaamde 'CRS-fiches' dan door naar, in dit geval, de Belgische fiscale administratie.
De Belgische fiscale administratie controleert vervolgens, onder meer via datamining, of deze fiches matchen met de ingediende aangiften in de personenbelasting en de CAP-database.
Ontbreekt de melding in de aangifte personenbelasting of de melding bij het CAP? Dan gaat er een rood knipperlicht branden en wordt doorgaans een vraag om inlichtingen gestuurd.
Artikel 358 WIB92: een zwaard van Damocles inzake de termijnen
Wanneer de fiscale administratie dergelijke inlichtingen uit het buitenland ontvangt, botst zij vaak op de klassieke aanslagtermijnen (drie of vier jaar naargelang het geval, of de verlengde termijn van zeven jaar bij fraude). Hier komt evenwel artikel 358, §1, 2° WIB92 op de proppen. Dit artikel creëert een specifieke, buitengewone onderzoeks- en aanslagtermijn (zie ook art. 333/2 WIB92).
Zodra de Belgische fiscale administratie inlichtingen uit het buitenland ontvangt waaruit blijkt dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in België in de loop van één der vijf aanslagjaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht, krijgt de fiscale administratie 24 maanden de tijd om een aanslag te vestigen, te rekenen vanaf de datum waarop de inlichtingen ter kennis van de Belgische fiscale administratie zijn gebracht.
Zelfs als de reguliere termijn van drie/vier jaar reeds verstreken zou zijn, heropent artikel 358 WIB 92 aldus een nieuwe termijn van twee jaar voor de fiscale administratie.
Voorbeeld uit de praktijk
Een cliënt heeft in 2021 dividenden ontvangen op een Luxemburgse rekening. In september 2024 (buiten de gewone driejarige termijn voor inkomstenjaar 2021) stuurt Luxemburg de CRS-data door naar de Belgische fiscale administratie. België ontvangt deze op 1 oktober 2024. Vanaf dat moment heeft de Belgische fiscale administratie tijd tot 30 september 2026 om een aanslag te vestigen voor de inkomsten uit 2021.
Merk daarbij op dat uit recente rechtspraak blijkt dat de fiscale administratie enkel een aanslag kan vestigen voor de inkomsten uit 2021 en niet voor latere of eerdere jaren (ook al vermeldt artikel 358 WIB92 vijf eerdere aanslagjaren). Als de buitenlandse inlichtingen enkel betrekking hebben op 2021, mag enkel een onderzoek gevoerd worden naar 2021 en dienvolgens voor dat jaar een aanslag gevestigd worden.
De bijzondere onderzoekstermijn "is derhalve gekoppeld aan de verkregen inlichtingen en werd niet in het leven geroepen om te onderzoeken of er behoudens de verkregen buitenlandse inlichtingen met betrekking tot welbepaalde jaren ook in andere jaren belastbare inkomsten niet werden aangegeven".
Ook het Grondwettelijk Hof heeft de controlebevoegdheid van de fiscale administratie inzake buitenlandse rekeningen ingeperkt. Het is de belastingadministratie geenszins toegestaan om naar aanleiding van de uit het buitenland verkregen inlichtingen de inkomsten van de voorbije vijf (of zeven) jaar systematisch te onderzoeken en te belasten, aldus het Hof. Of nog is het de belastingadministratie niet toegestaan om een onderzoek te voeren naar en een aanslag te vestigen op niet aangegeven inkomsten uit de vijf voorbije jaren waarmee de uit de buitenlandse inlichtingen verkregen gegevens geen enkel verband houden. De fiscale administratie mag dus niet zomaar automatisch eerdere aanslagjaren heropenen bij de ontvangst van elke nieuwe CRS-fiche. Dit ter bescherming van de rechtszekerheid van de belastingplichtige.
Sancties en gevolgen
Wat gebeurt er op fiscaal vlak wanneer een belastingplichtige, bewust of onbewust, jarenlang een buitenlandse rekening en de bijbehorende inkomsten heeft verzwegen en de fiscale administratie dit ontdekt via bijvoorbeeld een CRS-fiche?
Administratieve boetes voor het niet-melden van de rekening
Alleen al voor het feit dat de rekening niet werd vermeld in Vak XIII van de belastingaangifte en niet werd gemeld bij het CAP, kan de fiscale administratie een administratieve geldboete opleggen conform artikel 445 WIB92. Deze boete bedraagt doorgaans 50,00 euro tot 1.250,00 euro per niet-aangegeven rekening en per jaar dat de inbreuk plaatsvindt. Dit kan bij meerdere rekeningen over meerdere jaren dus snel oplopen.
Belastingverhogingen op de niet-aangegeven inkomsten
Als er inkomsten werden behaald dewelke niet werden aangegeven in de aangifte personenbelasting (bijvoorbeeld buitenlandse interesten of dividenden, of onbelaste meerwaarden die als speculatief of als beroepsinkomen worden beschouwd), zal de fiscale administratie deze alsnog trachten te belasten. Boven op de verschuldigde belasting zal een belastingverhoging (zie art. 444 WIB92) worden toegepast.
1/ Bij gebrek aan kwade trouw
Bij een eerste overtreding zal de belastingverhoging 10% bedragen, waarbij moet worden opgemerkt dat sinds de Programmawet van 18 juli 2025 de toepassing van de automatische belastingverhoging van 10% werd gewijzigd. Bij een eerste te goeder trouw begane overtreding wordt voortaan afgezien van de belastingverhoging van 10%.
Deze versoepeling is volgens artikel 39 van de Programmawet van 18 juli 2025 van toepassing op aanslagen ingekohierd vanaf 29 juli 2025. Belastingverhogingen, ook deze van 10%, zijn echter administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter in de zin het EVRM. Op grond van artikel , eerste lid EVRM geldt het beginsel van de retroactieve werking van de mildere strafwet. De retroactieve werking van de mildere strafwet op aanslagen die dateren van vóór 29 juli 2025 werd reeds bevestigd door het hof van beroep te Gent. Voorgaand standpunt werd inmiddels ook bevestigd door het hof van beroep te Antwerpen. Oudere aanslagen kunnen dus ook profiteren van deze mildere sanctieregeling.
De overtreding neemt daarbij wel rang in, wat concreet betekent dat bij een volgende overtreding te goeder trouw binnen een bepaalde periode automatisch een belastingverhoging van 20% zal worden toegepast.
2/ Bij fiscale fraude / opzet om belastingen te ontduiken
Dit betekent een belastingverhoging van 50%. Uit de praktijk weten we dat de fiscale administratie dit bijna standaard toepast in dossiers waar het gaat om niet-aangegeven buitenlandse inkomsten of een niet-aangegeven buitenlandse rekening.
De rechtspraak is daarin echter veel genuanceerder. Uit de loutere niet-aangifte van een buitenlandse rekening of buitenlandse inkomsten kan volgens de rechtspraak namelijk niet zomaar enig bedrieglijk opzet worden afgeleid. Daarbij kan onder meer worden verwezen naar een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen waaruit blijkt dat de niet-aangifte van een buitenlandse rekening geenszins enig bedrieglijk opzet aantoont. Ook het feit dat gedurende meerdere jaren bepaalde inkomsten niet zouden zijn aangegeven, impliceert volgens de rechtbank niet dat een belastingplichtige met bedrieglijk opzet heeft gehandeld.
Conclusie
Op de belastingplichtige rust er aldus een zware verantwoordelijkheid. Buitenlandse rekeningen zijn niet langer onzichtbaar.
De CRS-gegevensstromen bieden de Belgische fiscale administratie de 'munitie', en artikel 358 WIB92 geeft hen ruimschoots de tijd om te 'schieten'.
Waakzaamheid en proactiviteit zijn dan ook de sleutelwoorden voor de belastingplichtige en bij uitbreiding zijn of haar accountant.
Dieter Moens is fiscalist en advocaat aan de balie van Antwerpen, waar hij sinds 2016 actief is. Vanaf het begin van zijn carrière bij Cazimir Advocaten specialiseert hij zich in fiscale procedures in al hun facetten, met expertise in vennootschapsbelasting, personenbelasting, btw en regionale belastingen zoals registratie- en erfbelasting. Hij begeleidt belastingplichtigen doorheen het volledige traject van de fiscale procedure, zowel in de administratieve als in de gerechtelijke fase. Hij behaalde een Master in de Rechten aan de KU Leuven, evenals een postgraduaat Fiscale Wetenschappen aan de Fiscale Hogeschool Brussel. Daarnaast behaalde Dieter ook diploma's in Communicatiewetenschappen en Europese Studies aan de KU Leuven.
Alexandre Missal is advocaat aan de balie van Brussel en maakt sinds 2014 deel uit van het Cazimir Team. Hij is gespecialiseerd in fiscale procedures en fiscale regularisaties en begeleidt cliënten zowel in administratieve als gerechtelijke geschillen met de fiscus. Daarnaast beschikt hij over ruime expertise in vastgoed- en ondernemingsfiscaliteit. Hij behaalde in 2003 een diploma Licentiaat in de rechten aan de Universiteit Antwerpen en vervolgde dat met een gespecialiseerde studie van het fiscaal recht in 2004 aan dezelfde instelling.