Met de wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2023 legde de fiscale wetgever de verplichting op aan huurders om gegevens over deze huur aan de fiscus te melden via een bijzondere bijlage bij de aangifte. In dit artikel bespreken we in vogelvlucht wie precies aan de meldplicht is onderworpen en welke gegevens men aan de fiscus moet overmaken. De wettekst vindt u terug in artikel 307, § 2/2 WIB 92. Hoewel er nu plannen zijn om de verplichting opnieuw op te heffen, staan we toch nog even stil bij de regels.
Reden van de meldplicht
De bedoeling van de wetgeving is om de onrechtmatige aftrek van beroepskosten tegen te gaan. Dit houdt dan ook in dat wie de bijlage niet toevoegt aan zijn aangifte, de betaalde huur niet als beroepskost kan aftrekken. De meldplicht maakt het controlewerk van de fiscus makkelijker.
Wie is aan de meldplicht onderworpen?
Zowel natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de personenbelasting of aan de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) als rechtspersonen vallen onder de meldplicht. Voor rechtspersonen gaat het om belastingplichtigen die een aangifte moeten indienen in de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of in de belasting van niet-inwoners (vennootschappen, verenigingen).
De belastingplichtige moet huurder zijn van een onroerend goed of houder van een ander zakelijk recht op dat goed. Denk bijvoorbeeld aan erfpacht, opstal, vruchtgebruik en erfdienstbaarheid.
Voor natuurlijke personen komt erbij dat ze enkel verplicht zijn bijlage 270 MLH in te vullen wanneer ze de vergoeding die ze betalen voor de huur (of de vestiging of overdracht van het zakelijk recht) geheel of gedeeltelijk als werkelijke beroepskosten van hun beroepsinkomsten aftrekken.
Wie meerdere onroerende goederen huurt die aan deze meldplicht zijn onderworpen, moet voor elk onroerend goed een aparte bijlage invullen. Wanneer twee echtgenoten of wettelijk samenwonende partners de huur van hetzelfde goed beiden gedeeltelijk als werkelijke beroepskost aftrekken, moeten ze bij hun gezamenlijke aangifte allebei een bijlage toevoegen.
Wie voor de huur van verschillende ongebouwde onroerende goederen één globale vergoeding betaalt, mag die wel op één en dezelfde bijlage vermelden.
Enkele voorbeelden
Voorbeeld 1
Meneer X is een natuurlijk persoon. Hij huurt twee panden (A en B). De huurprijs van A bedraagt 10.000 euro. De huurprijs van B bedraagt 12.000 euro en 2.000 euro aan huurvoordelen. De kosten van goed B brengt hij volledig in als werkelijke beroepskost. De huur van goed A brengt hij voor 20% in als beroepskost. Bij zijn aangifte in de personenbelasting voegt hij twee volledig ingevulde exemplaren van bijlage 270 MLH toe.
Voorbeeld 2
Hoe zit het als meneer X getrouwd is met mevrouw Y? Samen huren zij onroerend goed C voor 20.000 euro. Meneer X wil 5.000 euro als beroepskost inbrengen, mevrouw Y wil 2.000 euro als beroepskost aftrekken. Het koppel doet een gezamenlijke aangifte, waarbij ze twee bijlagen toevoegen: één voor mevrouw Y, één voor meneer X.
Uitzonderingen
Een uitzondering geldt voor onroerend goed dat overeenkomstig de Belgische pachtwetgeving, of een vergelijkbaar buitenlands recht dat de pachtprijzen beperkt, wordt verhuurd en dat wordt gebruikt voor land- of tuinbouw.
Een tweede uitzondering geldt wanneer de huurder van zijn verhuurder een factuur1 ontvangt.
Welke gegevens moeten worden gemeld?
In de eerste plaats meldt de belastingplichtige huurder de identificatiegegevens van de verhuurder(s) of van diegene die het zakelijk gebruiksrecht op het onroerend goed verleent.
Is de verhuurder2 een natuurlijk persoon, dan gaat het om de naam, voornaam, het volledige adres en het nationaal nummer of het identificatienummer van het wachtregister of van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Is de verhuurder een rechtspersoon, dan gaat het om de benaming en het volledige adres van de maatschappelijke zetel en het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Het is cruciaal dat de huurder deze gegevens zo precies mogelijk invult, bv. op basis van de gegevens zoals ze in het huurcontract worden vermeld. Wie niet over de identificatiegegevens van de verhuurder beschikt, mag in de plaats daarvan de gegevens vermelden van de persoon aan wie de huurvergoeding wordt betaald. Als de huurder niet over alle gegevens van de verhuurder beschikt (bv. het rijksregisternummer is niet gekend), zal de fiscus hem daarvoor niet bestraffen, indien hij te goeder trouw is en al het mogelijke heeft gedaan om de gegevens toch te verkrijgen.
Uiteraard moeten ook gegevens over het betreffende onroerend goed worden gemeld, meer bepaald het volledige adres van het onroerend goed. Als de huurder geen adresgegevens heeft, kan hij andere gegevens melden aan de hand waarvan de fiscus kan identificeren over welk goed het gaat, bijvoorbeeld de kadastrale gegevens.
De belastingplichtige vermeldt daarnaast het precieze bedrag van de vergoedingen die hij in het belastbaar tijdperk heeft betaald. De vergoeding omvat naast de huurprijs ook de andere huurvoordelen, bijvoorbeeld als de huurder kosten ten laste neemt die normaal voor de verhuurder zijn, zoals bepaalde grote herstellingen, belastingen (zoals onroerende voorheffing) en verzekeringspremies. Echtgenoten of wettelijk samenwonende partners die samen worden belast, vermelden het totale bedrag dat ze samen betalen. Slaat een deel van de huurprijs op roerende goederen (bv. wanneer u een bemeubeld appartement huurt), moet de huurder het gedeelte van de vergoeding dat op de roerende goederen slaat niet vermelden.
Ten slotte vermeldt de belastingplichtige het gedeelte van deze huurvergoeding dat hij als beroepskost heeft afgetrokken. Rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners (rechtspersonen) moeten het bedrag niet vermelden.
We grijpen terug naar de voorbeelden hierboven.
Voorbeeld 1
Meneer X voegt twee bijlagen toe:
Eerste bijlage
- Gegevens van Verhuurder A
- Pand A is gelegen te …
- Bedrag van de huur: 10.000 euro
- 2.000 euro als beroepskost afgetrokken
Tweede bijlage
- Gegevens van Verhuurder B
- Pand B is gelegen te …
- Bedrag van de huur: 14.000 euro
- 14.000 euro als beroepskost afgetrokken
Voorbeeld 2
Meneer X en mevrouw Y voegen allebei een bijlage toe
Eerste bijlage in naam van mevrouw Y
- Gegevens van mevrouw Y
- Gegevens van Verhuurder C
- Pand C is gelegen te …
- Bedrag van de huur: 20.000 euro
- 2.000 euro als beroepskost afgetrokken
Tweede bijlage in naam van meneer X
- Gegevens van meneer X
- Gegevens van Verhuurder C
- Pand C is gelegen te …
- Bedrag van de huur: 20.000 euro
- 5.000 euro als beroepskost afgetrokken
Bijzonder geval: vruchtgebruik
Een bijzondere situatie doet zich voor wanneer een vennootschap een vruchtgebruik verwerft en dit afschrijft. De werkelijke beroepskosten die de vennootschap inbrengt, zijn dus enkel de afschrijving op de aankoop van het vruchtgebruik. Tijdens de looptijd van het zakelijk recht is er in feite geen vergoeding verschuldigd. Dit bedrag kan dan ook niet worden vermeld. Dit ontslaat de vennootschap evenwel niet van het toevoegen van de bijlage. Doet ze dit niet, dan kan de fiscus een administratieve boete opleggen wegens de indiening van een onvolledige aangifte.
Voorbeeld 3
Meneer Z is eigenaar van een gebouw. Hij verkoopt het onroerend goed op 1 januari 2024. De bestaande vennootschap C koopt het vruchtgebruik op het pand voor 500.000 euro. De blote eigendom wordt gekocht door meneer D, bedrijfsleider van C. Vennootschap C schrijft het vruchtgebruik af op twintig jaar. C trekt dus als beroepskosten voor inkomstenjaar 2024 af: 500.000 euro x 1/20 = 25.000 euro.
De vennootschap voegt bijlage 270 MLH toe en vermeldt daarin:
- de identificatiegegevens van de blote eigenaar
- gegevens over de ligging van het onroerend goed
- geen bedrag bij de huurvergoeding.
Blijft de meldplicht bestaan?
Zoals gepland in het federale regeerakkoord, waarin werd aangekondigd dat de verplichting “zo snel mogelijk” zou werden afgeschaft en vervangen door een minder administratief belastend alternatief, heeft de regering het wetsontwerp “lagere kosten II en diverse bepalingen” (DOC 56 1593/001) voorbereid. Dat is ondertussen besproken in de Kamercommissie Financiën en Begroting.
De plenaire goedkeuring is op moment van schrijven nog niet gebeurd, waardoor er nog geen datum van inwerkingtreding bekend is.
Zolang de afschaffing niet wettelijk is goedgekeurd, blijft de hierboven beschreven meldplicht onverminderd van toepassing, ook voor de aangifte van aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025).
Besluit
De meldplicht via bijlage 270 MLH vormt een bijkomende administratieve verplichting voor huurders en houders van bepaalde zakelijke rechten die hun vergoedingen geheel of gedeeltelijk als beroepskost in aftrek brengen. Het correct invullen van deze bijlage is belangrijk, aangezien het niet naleven van de verplichting kan leiden tot fiscale gevolgen, zoals de weigering van de kostenaftrek of, in bepaalde gevallen, een administratieve boete.
Hoewel de wetgever de afschaffing van de meldplicht onderzoekt, blijft zij voorlopig volledig van kracht. Belastingplichtigen doen er daarom goed aan tijdig na te gaan of zij onder de regeling vallen en of alle vereiste gegevens beschikbaar zijn.
Wim Putzeys behaalde een master in de rechten en een MaNaMa fiscaal recht aan de Universiteit Antwerpen. Na zijn studie bleef hij als doctoraatsonderzoeker aan de universiteit verbonden. Hierna deed hij ervaring op als redacteur bij Wolters Kluwer. Sinds 2022 is hij hoofdredacteur van Jubel.