In het federale regeerakkoord van 2025 werd aangekondigd dat de fiscale gunstregeling voor auteursrechten opnieuw uitgebreid zou worden naar de digitale beroepen. De IT-sector (voornamelijk softwareontwikkelaars) kon vroeger ook al van deze voordelige regeling genieten, maar sinds 1 januari 2023 was de sector ervan uitgesloten.
De herinvoering voor de IT-sector is er uiteindelijk gekomen door de Wet van 15 juli 2026 houdende de hervorming van de personenbelasting (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2026).
Daardoor is het (retroactief) sinds 1 januari 2026 voor werkgevers in de IT-sector opnieuw mogelijk om het fiscaal aantrekkelijke vergoedingsmechanisme aan te bieden. Wel wordt de forfaitaire kostenaftrek beperkt.
Hoe zit het fiscaal regime voor auteursrechten nu weer precies in elkaar en wat verandert er precies?
Fiscale gunstregeling voor auteursrechten in het kort
Auteursrechten worden tot een jaarlijks bedrag van maximaal 77.220 euro (voor inkomstenjaar 2026) als een roerend inkomen beschouwd. Daardoor worden ze tegen een vlak tarief van slechts 15% belast, waar het normale tarief voor roerende inkomsten 30% bedraagt. Bovendien is, of beter: was, een hoog forfaitair percentage aan kosten aftrekbaar (zie verder). Daardoor lag de werkelijke belastingdruk nog lager.
Wat zijn (geen) auteursrechten voor de fiscus?
Welke inkomsten als voordelig belaste auteursrechten beschouwd worden, wordt bepaald in artikel 17, §1, 5° WIB 92.
1. Materieel toepassingsgebied: om welke inkomsten gaat het (niet)?
1.1. Auteursrechten en naburige rechten
Het gaat om auteursrechten en naburige rechten die voortvloeien uit originele werken van letterkunde of kunst, en prestaties van uitvoerende kunstenaars.
Auteursrechten zijn rechten verbonden aan de exploitatie van een auteursrechtelijk beschermd werk, bijvoorbeeld door een uitgever of een wetenschappelijke of culturele instelling. Om auteursrechtelijke bescherming te genieten volstaat het dat een werk:
- getuigt van een intellectuele inspanning
- origineel is
- de persoonlijke stempel van de maker draagt
- in een concrete vorm gegoten is.
Niet alleen kunstwerken en letterkundige werken zijn beschermd, maar ook educatieve en wetenschappelijke werken. Concreet gaat het om boeken, tijdschriften, tekeningen, illustraties, grafieken, foto's…
Naburige rechten omvatten rechten van vertolkende of uitvoerende kunstenaars op hun werken en prestaties (bijvoorbeeld een bekende stem die een tekst inspreekt, de opvoering van een toneelstuk, een presentatie of voordracht, …). Ook de rechten van film- en muziekproducenten, omroeporganisaties en persuitgevers vallen hieronder.
In de 'oude' wetgeving werd dus niet verwezen naar computerprogramma's en databanken. Nochtans kan de vraag gesteld worden of computerprogramma's onder bepaalde voorwaarden niet als originele werken beschouwd kunnen worden en dus kunnen voldoen aan de voorwaarden om onder de fiscale regeling voor auteursrechten te vallen.
1.2. Verkregen uit de overdracht of de verlening van een licentie
Om onder de fiscale gunstregeling voor auteursrechten te vallen, moeten de inkomsten voortkomen uit de overdracht van de hierboven beschreven rechten of (de verlening van) een licentie op die rechten, door de oorspronkelijke rechthebbende, zijn erfgenamen of legatarissen.
Organiseert de auteur zélf de verspreiding van zijn auteursrechtelijk beschermd werk, dan is er geen 'overdracht' van de auteursrechten of naburige rechten en kunnen de inkomsten dus niet van het fiscale gunstregime genieten.
1.3. Met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten
De auteursrechten of naburige rechten moeten overgedragen worden met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten door de verkrijger of de licentiehouder of een derde (behoudens overmacht).
Het is niet nodig dat de volledige overgedragen rechten op het werk geëxploiteerd worden. Zo mag een stuk van een tekst, presentatie, bepaalde foto's, … weggelaten worden, bijvoorbeeld ten gevolge van een redactionele beslissing.
2. Personeel toepassingsgebied: welke ontvanger van auteursrechten kan (niet) van het gunstregime genieten?
Degene die de auteursrechten ontvangt, moet:
- een natuurlijke persoon zijn (of zijn erfgenamen) en
- ofwel beschikken over een zogenaamd 'kunstwerkattest'
- ofwel, als hij niet over een kunstwerkattest beschikt, de rechten met betrekking tot zijn eigen auteursrechtelijk beschermd werk overgedragen of in licentie gegeven hebben aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie.
Let op
Het gunstregime is dus enkel van toepassing wanneer de oorspronkelijke maker van het werk zijn auteursrechten overdraagt, en dus niet wanneer hij zijn rechten eerst aan iemand anders overdraagt (bijvoorbeeld een werknemer aan de bedrijfsleider) die ze op zijn beurt aan een derde (de vennootschap) overdraagt!
Een kunstwerkattest is een officieel Belgisch attest dat bevestigt dat iemand erkend wordt als kunstenaar. Het is een document dat afgeleverd wordt door de Kunstwerkcommissie, die bevestigt dat iemand artistieke activiteiten uitoefent als kunstenaar. Dit attest geeft toegang tot specifieke sociale en fiscale voordelen die bedoeld zijn voor kunstenaars. Zo moet dat attest onder andere een betere sociale bescherming bieden aan kunstenaars, maar hen dus ook toelaten van het fiscale gunstregime voor auteursrechten te genieten.
Ook wie niet over een kunstwerkattest beschikt, kan dus van het fiscale gunstregime genieten, op voorwaarde dat hij zijn rechten overdraagt of in licentie geeft aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie.
Die mededeling aan het publiek of die openbare op- of uitvoering kan verschillende vormen aannemen en via verschillende dragers gebeuren (bijvoorbeeld schriftelijk, grafisch, via radio, televisie, theater, informaticanetwerk, digitaal platform, ...).
Iemand die zijn creatie ter beschikking stelt in een één-op-één context (en dus niet voor een breed publiek) kan dus niet van het fiscale gunstregime genieten. Een klassiek voorbeeld is een architect die voor een bouwheer een ontwerp voor één specifieke woning maakt. Het feit dat het plan van die woning achteraf bijvoorbeeld op een publiek toegankelijke website geplaatst wordt, volstaat niet om van het fiscale gunstregime te kunnen genieten. Het was immers niet vanaf het begin de bedoeling om een voor het publiek bestemd werk te maken.
Ook wat de 'reproductie' betreft, geldt de vereiste van openbaarheid of mededeling aan een breed publiek. Het werk moet met andere woorden gereproduceerd worden om aan een breed publiek meegedeeld te kunnen worden. Het begrip 'publiek' slaat op een onbepaald aantal potentiële kijkers en impliceert per definitie ook een vrij groot aantal personen. Er mag dus geen beperking zijn tot specifieke individuen die tot een private groep behoren.
Hoe worden auteursrechten belast?
Worden de auteursinkomsten buiten het kader van een beroepsactiviteit van de verkrijger behaald, dan is in principe de volledige auteursvergoeding bij de natuurlijke persoon belastbaar als een roerend inkomen, tegen een afzonderlijk belastingtarief van 15% (plus gemeentebelastingen). Tot en met inkomstenjaar 2025 (aanslagjaar 2026) mocht daarvan een forfaitaire beroepskost van 50% op de eerste inkomensschijf van 20.100 euro en 25% op de schijf van 20.100 euro tot 40.190 euro in mindering gebracht worden (cijfers voor aanslagjaar 2026).
Worden de auteursinkomsten binnen het kader van een beroepsactiviteit van de verkrijger behaald, dan worden ze in principe ook als roerende inkomsten aangemerkt, behalve indien en in de mate dat:
- de verhouding tussen de vergoeding(en) voor de overdracht of verlening van een licentie van de auteursrechten en naburige rechten en de totale vergoedingen (incl. de vergoedingen voor de geleverde prestaties) meer dan 30% bedraagt.
Werden er géén prestaties geleverd, dan geldt deze procentuele grens niet. Ze geldt enkel wanneer iemand werkt in opdracht van een opdrachtgever. Bijvoorbeeld: een auteur schrijft eerst een boek en zoekt later pas een uitgever om het boek op de markt te brengen. In dit geval gaat de overdracht van auteursrechten niet gepaard met een geleverde prestatie omdat hij zijn boek niet 'in opdracht' geschreven heeft;
- ze, na toepassing van de 30%-grens, meer dan 77.220 euro (voor inkomstenjaar 2026) bedragen;
- en voor zover het gemiddelde inkomen uit auteursrechten en naburige rechten, die in de vier vorige belastbare tijdperken ontvangen werden, het maximumbedrag van 77.220 euro (voor inkomstenjaar 2026) niet overschrijdt.
Het gemiddelde bedrag wordt berekend uitgaande van de bedragen vóór de toepassing van de twee hierboven vermelde beperkingen. Het aanvangsjaar van de activiteit wordt niet meegeteld. Wordt deze grens overschreden, dan worden de auteursrechten van het lopende jaar volledig als beroepsinkomsten beschouwd (en dus niet enkel voor het deel dat de vierjarengrens overschrijdt). Zijn er nog geen vier voorgaande jaren beschikbaar, dan wordt de referentieperiode beperkt tot de beschikbare periode van één, twee of drie jaren.
Schematisch
Stap 1. Bereken het gemiddelde van de totale auteursrechtenvergoedingen (vóór enige beperking) van de voorbije vier jaar (exclusief het aanvangsjaar). Dit gemiddelde mag maximaal 77.220 euro bedragen.
Stap 2.
= max. 30%
Stap 3. Ontvangen auteursrechten na toepassing 30%-grens = max. 77.220 euro.
Wat is er nieuw sinds 1 januari 2026?
1. Opnieuw uitbreiding naar de IT-sector
Waar vroeger de creatie van computerprogramma's en databanken ook in aanmerking kwam voor het gunstregime van de auteursrechten, werden deze activiteiten sinds 1 januari 2023 uit het toepassingsgebied geweerd. Daar komt nu opnieuw verandering in. De herintegratie van het auteursrechtenregime voor softwareontwikkelaars en aanverwante beroepen laat werkgevers in de IT-sector met andere woorden voortaan opnieuw toe een fiscaal aantrekkelijk vergoedingspakket aan te bieden.
Artikel 17, § 1, 5°, WIB 92 wordt dus aangepast, zodat computerprogramma's opnieuw binnen het toepassingsgebied van het auteursrechtenregime vallen. Daardoor zullen codes, scripts, programma's, databases, softwaremodules, technische documentatie, ... fiscaal gezien opnieuw als creatieve werken beschouwd kunnen worden.
Deze wijziging geldt retroactief voor inkomsten die betaald of toegekend worden vanaf 1 januari 2026.
Let wel
Alle voorwaarden die voor andere vormen van auteursrechten en aanverwante rechten gelden, gelden ook voor de IT-sector. Zo moeten de rechten overgedragen of in licentie gegeven worden aan een derde voor doeleinden van mededeling aan het publiek, openbare uitvoering of reproductie.
De minister heeft bevestigd dat deze drie voorwaarden alternatief zijn, wat via het reproductie-criterium een argument zou kunnen opleveren voor bepaalde softwaretoepassingen, mogelijk ook interne. Maar de administratieve interpretatiepraktijk is niet eenduidig en een ruling blijft de aangewezen weg om rechtszekerheid te bekomen. Bovendien is een zorgvuldige documentatie vereist om de creatieve aard van het werk te onderbouwen.
Goed om te weten is wel dat er voor software een wettelijk vermoeden van overdracht van de auteursrechten door het personeel geldt. Als er dus geen aparte vergoeding voorzien is, dan wordt ze geacht in het loon vervat te zitten.
Ook de andere voorwaarden moeten vervuld zijn (zie hoger). Zo moet een deel van de vergoeding betrekking hebben op een originele, auteursrechtelijk beschermde creatie (programma's, modules, interfaces, …) en moet de 'vierjarengrens' gerespecteerd worden. Ook moet het percentage van de vergoeding dat als auteursrechten toegekend wordt (maximaal 30% van de totale vergoeding) gerechtvaardigd en gedocumenteerd kunnen worden.
2. Beperking forfaitaire kostenaftrek
Vanaf inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027) wordt de forfaitaire kostenaftrek van 50% en 25% (zie hoger) afgeschaft. Enkel de werkelijk gemaakte kosten die op de auteursinkomsten betrekking hebben, zullen nog fiscaal aftrekbaar zijn. Aangezien de forfaitaire bedragen nogal fors waren, zal het nettobedrag dat de auteur ontvangt beduidend lager liggen dan voorheen.
Op deze regel zal nog één uitzondering gelden, meer bepaald voor kunstenaars met een kunstwerkattest (zie hoger). Zij zullen wél nog gebruik mogen maken van de forfaitaire kostenaftrek (maar wel enkel voor de werkzaamheden waarop het kunstwerkattest betrekking heeft). Verder komt ook het 'kunstwerk-attest-starter' niet in aanmerking. Voor aanslagjaar 2027 (inkomsten 2026) bedraagt deze forfaitaire kostenaftrek voor kunstenaars 50% op de eerste inkomensschijf van 20.590 euro en 25% op de schijf van 20.590 euro tot 41.180 euro.
Jonas Peeters is fiscaal adviseur met een bijzondere interesse in de financiële impact van fiscaliteit binnen ondernemingen. Hij bouwde een brede expertise op via verschillende functies: van Indirect Taks Consultant tot fiscaal advocaat. Vandaag ondersteunt hij vanuit zijn rol binnen SBB Accountants & Adviseurs kmo's bij hun fiscale uitdagingen, met een focus op onder meer auteursrechten, de fiscaliteit van vrije beroepen, btw-materies en vastgoedfiscaliteit. Door een nauwe samenwerking met andere adviseurs streeft hij naar een geïntegreerde en kwalitatieve dienstverlening.
Daarnaast is Jonas een gewaardeerd spreker over fiscale thema's en zet hij zich als gastlector fiscaal recht in voor de opleiding van de volgende generatie professionals, waarbij hij zijn passie voor het vak centraal stelt.