ESG: wie valt er nog onder het toepassingsgebied van de versoepelde CSRD-regels?

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vormt één van de hoekstenen van de Europese duurzaamheidswetgeving. De richtlijn werd in eerste instantie geconcipieerd om bedrijven in heel Europa – met uitzondering van de meeste kmo’s – te verplichten om transparant te rapporteren over hun duurzame impact. Recent zijn de regels echter ingrijpend aangepast in het kader van het Omnibus-pakket dat de administratieve lasten voor Europese bedrijven wil verlichten en de focus wil verschuiven van louter compliance naar strategische waardecreatie.

Wat houdt de CSRD in?

We brengen nog even in herinnering waar het precies over gaat. CSRD is een EU-richtlijn die verder bouwt op eerdere Europese regelgeving die bedrijven verplichtingen oplegt om te rapporteren over hun duurzaamheidsinspanningen, zoals de Non-Financial Reporting Directive (NFRD). Bedrijven moeten onder andere data rapporteren over klimaat- en milieuprestaties, sociale impact, arbeidsomstandigheden, governance en risico’s. Centraal daarbij staan de ESG-thema’s: environmental, social & governance. Het doel is transparantie en betere vergelijkbaarheid van duurzaamheidsinformatie, met het oog op duurzame investeringen en verantwoorde bedrijfsvoering.

Hoewel vooral grote bedrijven getroffen worden door de regelgeving is het zeker ook relevant voor Belgische kmo’s, onder andere omwille van het doorsijpeleffect wanneer ze handelspartner zijn van grotere spelers die wel aan de rapportageverplichtingen onderworpen zijn. Daarnaast is het ook voor de kmo’s zélf interessant, onder meer in het kader van hun financiering en monitoring van hun prestaties (zie voor meer informatie hierover het artikel “Duurzaamheidsrapportering voor kmo’s: van verplichting naar strategische meerwaarde” van Stijn Hugues en Corneel Maertens in het ITAAzine van november 2025).

Nieuwe drempelwaarden en vereenvoudigd toepassingsgebied

De CSRD-regelgeving is echter voortdurend in beweging. Op 16 december 2025 heeft het Europees Parlement nieuwe criteria aangenomen1, waardoor de definitieve drempelwaarden voor CSRD-rapportage veranderen. Deze wijziging past in het Omnibus Simplification Package dat, zoals de naam al aangeeft, de administratieve verplichtingen (inzake duurzaamheid) die rusten op Europese bedrijven wil verlichten. Let op: dit betekent niet dat ESG minder belangrijk wordt, in tegendeel zelfs. Het achterliggende idee is dat de Europese regelgever wil dat bedrijven de duurzaamheidsverplichtingen niet langer zien als een last die van bovenop wordt opgelegd, maar als een kans voor groei.

Dit heeft geleid tot belangrijke wijzigingen:

  • Beursgenoteerde bedrijven, banken en verzekeraars (Golf 1) vallen onder de rapportageplicht als zij aan twee cumulatieve voorwaarden voldoen: minstens 1.000 medewerkers (tegenover minstens 500 voorheen) én een omzet van 450 miljoen euro.
  • Voor grote bedrijven (Golf 2) worden de criteria versoepeld, zodanig dat er minder bedrijven onder het toepassingsgebied vallen. Ook deze ondernemingen vallen onder de rapportageplicht als zij de twee hierboven genoemde drempels overschrijden: 1.000 medewerkers of meer én een omzet van 450 miljoen euro. Voor deze groep ondernemingen betekent dat een aanzienlijke aanpassing van de criteria.2 Bovendien start de rapportageplicht voor hen later. Ze moeten voor het eerst rapporteren in 2028, met betrekking tot boekjaar 2027.
  • Beursgenoteerde kmo’s (Golf 3): zijn volledig vrijgesteld van CSRD-rapportage.
  • Niet-EU bedrijven (Golf 4): moeten aan nieuwe voorwaarden voldoen, met een hogere omzetdrempel van 450 miljoen euro binnen de EU.

De aanpassing van de drempels heeft een enorme impact op het aantal bedrijven dat onder de rapportageverplichting valt. Concreet vallen voortaan circa 90 % van de ondernemingen buiten het toepassingsgebied, een drastische verschuiving ten opzichte van eerdere verwachtingen dat tienduizenden bedrijven zouden moeten rapporteren.

 

De omnibusrichtlijn beperkt ook het toepassingsgebied van de CSDDD-richtlijn (Corporate Sustainability Due Diligence Directive, ook wel bekend als de CS3D). Deze regels verplichten bedrijven tot actieve due diligence (zorgvuldigheid) om schadelijke effecten op milieu en mensenrechten in hun keten te beheersen. Deze richtlijn gaat een stap verder dan de transparantie die door de CSRD wordt opgelegd, maar vereist concrete actie en beleid om risico’s te mitigeren. Voortaan zullen enkel ondernemingen met 5.000 werknemers en een netto-omzet van 1,5 miljard euro eraan moeten voldoen, en dat pas vanaf 26 juli 2029.

Waarom deze versoepeling?

De herziening maakt deel uit van een bredere Europese poging om duurzaamheidsregelgeving te vereenvoudigen en de concurrentiekracht van Europese bedrijven te versterken. Belangrijk uitgangspunt: de rapportageplicht moet vooral rusten op de grootste bedrijven die de meeste impact hebben, en niet onnodig administratieve lasten leggen op middelgrote spelers.

Van compliance naar strategische impact

De recente CSRD-herziening wordt door sommige stakeholders gezien als een kans om de focus te verschuiven van louter voldoen aan regels naar het benutten van duurzaamheid als motor voor groei. Door de administratieve druk te verlagen, krijgen bedrijven meer ruimte om duurzaamheidsinformatie te integreren in hun strategische planning, risicobeheer en stakeholder-communicatie. Dit benadrukt dat ESG-rapportage niet alleen een wettelijke verplichting is, maar ook waarde kan creëren bij investeringsbeslissingen, toegangsvereisten tot kapitaalmarkten en reputatiemanagement. Zoals eerder aangegeven houdt de versoepeling van de criteria in feite een versterking in van het geloof in duurzaamheid als strategische hefboom.

Wat betekent dit concreet?

Voor veel middelgrote kmo’s en familiebedrijven betekent de nieuwe drempelwaarde dat er geen directe wettelijke rapportageplicht meer is, voor zover ze de vroegere drempels wel overschreden en de nieuwe niet. Voor de kleinere kmo’s verandert in de praktijk minder. Toch wijzen we er graag nogmaals op dat het ook voor deze ondernemingen niet de bedoeling is dat ze ESG zomaar naast zich neerleggen. Er zijn op z’n minst twee goede redenen om ESG-data te (blijven) verzamelen en analyseren. Enerzijds is het goed om nu al voorbereid te zijn op eventuele toekomstige regels. Anderzijds is er de realiteit van vandaag. We wezen er al op dat kmo’s die leverancier zijn van grote bedrijven allicht van hen de vraag krijgen om data aan te leveren; ook kredietverstrekkers en investeerders vragen hier meer en meer naar. Ten slotte hechten ook consumenten steeds meer belang aan duurzaamheid.

Grote ondernemingen die wel onder de CSRD (blijven) vallen, krijgen uitstel, maar staan nu voor de uitdaging om hun interne systemen, datacollectie en governance op orde te brengen om vanaf boekjaar 2027 aan de vereisten te voldoen.

Vooraleer deze regels daadwerkelijk in werking treden moeten ze nog wel omgezet worden in nationaal recht. De lidstaten hebben hiervoor tot 2027 de tijd.

Kritische reacties

Niet iedereen verwelkomt de versoepelingen. Milieu- en mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat het versoepelen van de verplichtingen de ambitie van de Europese Green Deal kan ondermijnen en de transparantie over de maatschappelijke en ecologische impact van bedrijven kan verzwakken. Sommige commentatoren noemen de goedkeuring van hogere drempels een stap terug in Europese duurzaamheidsambities.

Conclusie: een nieuwe fase voor CSRD

De herziene CSRD-regels markeren een belangrijk keerpunt in de Europese duurzaamheidsrapportage. Door het toepassingsgebied te versmallen en meer tijd te geven aan bedrijven die wel nog onder de verplichting vallen, wil de EU een balans vinden tussen praktische uitvoerbaarheid en strategische waardecreatie. Voor ondernemingen is dit het moment om hun duurzaamheidsdata en -strategie niet alleen als verplichting te zien, maar als een instrument om hun concurrentievoordeel en het vertrouwen bij stakeholders te versterken.

🖋️ Over de auteur

Wim Putzeys behaalde een master in de rechten en een MaNaMa fiscaal recht aan de Universiteit Antwerpen. Na zijn studie bleef hij als doctoraatsonderzoeker aan de universiteit verbonden. Hierna deed hij ervaring op als redacteur bij Wolters Kluwer en schoolde zich bij tot copywriter. Sinds 2019 is hij verbonden aan KnopsPublishing. In 2022 werd hij hoofdredacteur van Jubel. Hij focust zich in zijn schrijfwerk o.a. op soft skills en communicatievaardigheden voor (jonge) professionals in law, tax en finance.

Gerelateerde artikelen

Uit het recordaantal faillissementen in 2025 blijkt dat de continuïteit van veel Belgische kmo’s onder druk staat. Wanneer een onderneming in financiële moeilijkheden geraakt, blijft de impact zelden beperkt tot...
Uit de ITAA-barometer 2025 blijkt dat 48% van de accountantskantoren nieuwe medewerkers wil aanwerven. Tegelijkertijd geven heel wat kantoren aan dat vacatures niet gemakkelijk ingevuld raken. Dat cijfer schommelt al...
De Vlaamse gunstregeling voor de schenking en vererving van familiale vennootschappen is vanaf 1 januari 2026 grondig hervormd. Dit artikel biedt in vogelvlucht een overzicht van de regels zoals ze...
Naast de jaarafsluiting en fiscale aangiftes is er nog een verplichting die op weinig enthousiasme kan rekenen bij ondernemers: de jaarlijkse bevestiging van het UBO-register. Voor accountants ligt hier echter...
De 6de Europese antiwitwasrichtlijn (6AMLD) is geen louter technische update – ze hertekent fundamenteel hoe antiwitwasnaleving wordt georganiseerd, gecontroleerd en gesanctioneerd. Voor accountants en belastingadviseurs betekent dit: hogere verwachtingen op...
De hervorming van de btwketting beoogt een efficiënter en transparanter btw-kader, met verbeterde procedures voor aangifte, betaling en teruggaaf. De implementatie verloopt in fases om zowel de belastingplichtigen, de beroepsbeoefenaars...
De digitalisering heeft het accountantsberoep fundamenteel veran­derd. Waar het dossier vroeger in een kast zat, circuleert het vandaag tussen boekhoud- en aangiftesoftware, een documentmanage­mentsysteem, cloudopslag, e-signing, klantportalen én – nog...
Van minimumvereisten naar duurzaam kwaliteitsleiderschap: een stap vooruit voor kwaliteit, professionaliteit en vertrouwen Deel 3: praktische implementatie – een proportionele en norm-conforme aanpak De invoering van het intern kwaliteitsmanagementsysteem (IKM-systeem)...
Hét fiscale topic van de afgelopen maanden is de geplande invoering van de ‘meerwaardebelasting op financiële activa’ in de personenbelasting vanaf 1 januari 2026. Dat deze maatregel veel aandacht krijgt...
Een algemene vergadering verenigt de aandeelhouders om formele besluiten te nemen binnen haar specifieke bevoegdheden. Deze bevoegdheden komen haar toe op grond van limitatieve, dwingende bepalingen in het Wetboek van...