AML‑workshop van 9 december 2025 – Versterking van de dialoog tussen de CFI en het ITAA

Op 9 december 2025 organiseerden het ITAA en de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) een workshop rond de bestrijding van witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Deze bijeenkomst – waaraan vertegenwoordigers van de CFI en twaalf Franstalige en Nederlandstalige economische beroepsbeoefenaars uit kantoren van uiteenlopende grootte deelnamen – kaderde in een gezamenlijke ambitie om het Belgische preventieve stelsel beter te begrijpen, de kwaliteit van de meldingen te verbeteren en een constructieve dialoog te bevorderen.

Deze nieuwe workshopformat, ontwikkeld door de CFI, had tot doel een omgeving te creëren die bevorderlijk is voor directe uitwisseling, het delen van goede praktijken en de analyse van concrete situaties die op het terrein worden aangetroffen. De gesprekken waren opgebouwd rond drie thema’s:

  • de rol van de CFI, het nut van meldingen en de bescherming van de melder dankzij anonimiteit
  • de vastgestelde typologieën en sectorspecifieke indicatoren
  • het beveiligde platform goAML, voortaan het enige kanaal voor het indienen van meldingen

Opgezet als een open en pragmatische dialoogruimte onderscheidde de AML‑workshop zich duidelijk van klassieke theoretische conferenties. Het bood economische beroepsbeoefenaars de mogelijkheid om vrijuit vragen te stellen en gaf de CFI de gelegenheid haar rol, haar verwachtingen en de realiteit van het Belgische preventieve kader toe te lichten.

Deze editie van de ITAA zine blikt terug op de belangrijkste punten die tijdens de workshop aan bod kwamen en belicht de kernboodschappen.

Rol van de CFI

1. Verloop van de informatie die aan de CFI wordt overgemaakt

De CFI – een onafhankelijke administratieve autoriteit met rechtspersoonlijkheid – herinnerde aan haar rol als Financiële Inlichtingeneenheid (FIE). Haar belangrijkste opdrachten zijn:

  • het ontvangen en analyseren van informatie die door de meldingsplichtige entiteiten wordt overgemaakt
  • het resultaat van haar analyse aan het parket bezorgen wanneer zij ernstige aanwijzingen van witwassen vaststelt die voortkomen uit een onderliggende criminaliteit zoals opgesomd in de antiwitwaswet van 18 september 2017, die het Belgische preventieve stelsel regelt
  • het uitwisselen van informatie met toezichthoudende autoriteiten, nationale administraties en buitenlandse FIE’s

De CFI is geen repressieve autoriteit. Zij analyseert, kruist en verrijkt de informatie die door de meldingsplichtige entiteiten wordt overgemaakt om mogelijke inbreuken in verband met witwassen of de financiering van terrorisme te detecteren. Zodra uit de analyse ernstige aanwijzingen van witwassen of financiering van terrorisme blijken, worden deze gegevens door de CFI doorgestuurd naar de procureur des Konings of de federale procureur, die als enigen bevoegd zijn om een gerechtelijk onderzoek te openen en de nodige bewijzen te verzamelen voor eventuele vervolgingen.

De meldingsplicht van accountants en belastingadviseurs steunt op het begrip vermoeden’, een subjectief begrip dat speelt zodra een redelijke twijfel over de rechtmatigheid van de middelen of de verrichting, of over het gebruik ervan voor criminele doeleinden, niet kan worden uitgesloten. Bij een vermoeden moet de accountant of belastingadviseur handelen. Dit houdt soms in dat er op een discrete manier vragen aan de cliënt worden gesteld, dat atypische verrichtingen of feiten worden onderzocht op basis van de kennis van de cliënt en zijn activiteiten, dat openbare bronnen worden geraadpleegd en dat wordt beoordeeld of de verrichtingen of feiten mogelijk verband houden met witwassen of de financiering van terrorisme.

De CFI benadrukte een essentieel punt: een melding moet worden gedaan zodra een onderworpen  entiteit weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat er een verband bestaat met witwassen of de financiering van terrorisme. Het gaat om een individuele en subjectieve verplichting, die centraal staat in het preventieve stelsel. Een melding moet worden gedaan, zelfs wanneer de beroepsbeoefenaar denkt of vermoedt dat een andere beroepsbeoefenaar of een andere onderworpen entiteit reeds een melding heeft gedaan.

Daarentegen is het niet aan accountants en belastingadviseurs om de onderliggende criminaliteit te bepalen. Zij hoeven geen diepgaand onderzoek bij hun cliënten te voeren. Hun rol beperkt zich tot het aan de CFI overmaken van de elementen die het vermoeden hebben doen ontstaan, volledig en gestaafd met de relevante beschikbare documenten.

Moeilijkheden op het terrein

Tijdens de workshop deelden de ITAA‑leden – afkomstig uit kantoren van uiteenlopende grootte – hun concrete bezorgdheden met de CFI. Deze uitwisselingen brachten verschillende terugkerende moeilijkheden aan het licht:

  • Hoe bijkomende vragen stellen zonder argwaan te wekken bij de cliënt?
    Wanneer een atypische verrichting wordt vastgesteld, moet de beroepsbeoefenaar in de mate van het mogelijkeom uitleg vragen. Maar als hij kort daarna de zakelijke relatie beëindigt, kan de cliënt gemakkelijk het verband leggen en vermoeden dat er een melding werd gedaan.

    Antwoord van de CFI:
    de accountant of belastingadviseur moet aan zijn cliënt uitleggen dat hij er ook is om hem te adviseren over de rechtmatigheid van zijn activiteiten en verrichtingen, en dat hij deze verrichtingen moet kunnen begrijpen om hem zo goed mogelijk te adviseren. De cliënt kan daaruit niet afleiden dat hij van witwassen wordt verdacht. De CFI herinnerde er ook aan dat zij nooit een dossier aan het parket doorstuurt waarvan de enige informatiebron een melding van een accountant of belastingadviseur is. In de meerderheid van de dossiers die aan het parket worden overgemaakt, is de informatie afkomstig van banken, of is het dossier het resultaat van informatieverzameling bij meerdere onderworpen entiteiten.
  • Hoe een beëindiging van de zakelijke relatie rechtvaardigen zonder risico op tipping-off?
    Om het risico op tipping-off te vermijden, kan en moet het beëindigen van de zakelijke relatie met de cliënt worden voorzien in de voorwaarden voor cliëntenacceptatie (bijvoorbeeld wanneer de cliënt weigert uitleg te geven aan de beroepsbeoefenaar, of wanneer verrichtingen zich op de grens van de legaliteit bevinden en gevolgen kunnen hebben voor de reputatie van de beroepsbeoefenaar en zijn kantoor). Deze voorwaarden moeten duidelijk worden beschreven en gedocumenteerd in het cliëntenacceptatiebeleid, een vooraf door de beroepsbeoefenaar vastgesteld beleid dat aan de cliënt bekend is.
  • Cliënten aanvaarden doorgaans gemakkelijker informatieverzoeken van banken.
    Beroepsbeoefenaars stellen vast dat hun eigen verzoeken vaker op weerstand stuiten, behalve in grote kantoren waar een strikt cliëntenacceptatiebeleid door de cliënten beter wordt begrepen. 

    Antwoord van de CFI:
    De CFI begrijpt dit zeer goed, maar net zoals de banken dit in het verleden hebben gedaan, is het aan de economische beroepsbeoefenaars om hun cliënten bewust te maken van de verplichtingen die op hen rusten, hun cliënten te kennen (KYC) en de activiteiten van hun cliënten te begrijpen. Wanneer deze sensibilisering correct wordt uitgevoerd en systematisch wordt toegepast, kunnen cliënten niet weten of de bijkomende gevraagde toelichtingen de beroepsbeoefenaars ertoe hebben gebracht een melding te doen.

  • Wat als een onderzoeksrechter tijdens een huiszoeking expliciet vraagt of er een melding werd gedaan door een economische beroepsbeoefenaar?

    Antwoord van de CFI:
    De wet verbiedt onderworpen entiteiten om een derde te informeren, maar dit verbod geldt niet voor uitwisselingen met het parket of de politie. De economische beroepsbeoefenaar mag dus aan een onderzoeksrechter meedelen dat er een melding werd gedaan. Wanneer deze vraag daarentegen aan de CFI wordt gesteld, kan zij hierop niet antwoorden, omdat de bescherming van de melder vereist dat enkel de uitdrukkelijk in de wet voorziene uitzonderingen de CFI het recht geven om informatie over de melding mee te delen. De uitwisseling van informatie met toezichthoudende autoriteiten, zoals het ITAA, is een voorbeeld van zo’n uitzondering. Bovendien blijft het altijd de verantwoordelijkheid van de gerechtelijke autoriteiten om de anonimiteit van de bron te beschermen.

2. De werkelijke nuttigheid van een melding

2.1 Uitbesteding van het risico voor de meldingsplichtige entiteiten

Wanneer verdachte verrichtingen niet worden gemeld door economische beroepsbeoefenaars, ontstaan verschillende risico’s:

  • Banken, die vaak strenger monitoren, kunnen de anomalieën detecteren en zelf een melding doen aan de CFI. Dit stelt de beroepsbeoefenaar vervolgens bloot aan vragen over het uitblijven van zijn eigen melding, wat zijn positie kan verzwakken.
  • De nieuwe strafwetgeving voorziet verzwarende omstandigheden in geval van deelname – zelfs indirect – aan witwasmechanismen. Het niet melden kan dus disciplinaire, burgerlijke en strafrechtelijke gevolgen hebben.
  • De beroepsbeoefenaar kan worden gezien als een schakel in het netwerk, zelfs als hij niet vrijwillig heeft gehandeld.

Deze elementen herinneren aan het belang van melden zodra een redelijk vermoeden niet kan worden uitgesloten. Melden betekent ook zichzelf beschermen:

  • De CFI neemt de verdere diepgaande analyse over
  • Meldingen die te goeder trouw aan de CFI worden gedaan, bieden u immuniteit tegen eventuele strafrechtelijke vervolging en zorgen ervoor dat u van de status van medeplichtige naar die van getuige overgaat.

2.2 Opbouw van een gegevensbank

Sommige economische beroepsbeoefenaars vrezen dat hun melding te weinig elementen bevat, geen impact heeft of nutteloos is.
De CFI heeft deze bezorgdheden weggenomen. De CFI is in staat om de informatie in elke melding van een meldingsplichtige entiteit te verrijken dankzij:

  • de databanken waartoe zij rechtstreeks toegang heeft
  • de informatie van banken, politiediensten, gerechtelijke autoriteiten en administratieve overheidsdiensten
  • internationale uitwisselingen met andere financiële-inlichtingeneenheden
  • eerdere meldingen (gegevens worden momenteel gedurende 10 jaar bewaard)

Een geïsoleerde melding kan onbeduidend lijken. Maar een bijkomende melding, zelfs bescheiden, kan een reeds bestaand dossier doen kantelen richting een overdracht aan het parket door nieuwe elementen toe te voegen aan het bestaande dossier. Een nieuwe melding kan dus toelaten om eerdere informatie, verstrekt door andere meldingsplichtige entiteiten, in een nieuw licht te plaatsen.

En zelfs wanneer de ontvangen informatie geen ernstige aanwijzingen van witwassen aan het licht brengt, gaat deze nooit verloren. Ze voedt een essentiële informatiebasis die beschikbaar blijft voor het geval nieuwe relevante gegevens toelaten om ze te koppelen aan witwasactiviteiten. Elke melding vormt dus een stukje van een groter geheel.

2.3 Terugkoppeling naar toezichthouders en andere FIU's

De CFI heeft de mogelijkheid om alle nuttige informatie uit te wisselen met de AML/CFT‑toezichthoudende autoriteiten in het kader van hun respectieve opdrachten. Deze uitwisselingen kunnen onder meer betrekking hebben op:

  • feedback aan het ITAA over de meldingsactiviteit van de meldingsplichtige entiteiten onder haar toezicht
  • vaststellingen die de CFI doet tijdens de operationele analyse van een melding (bijvoorbeeld tekortkomingen in de waakzaamheidsverplichtingen)

Deze informatie draagt rechtstreeks bij tot het versterken van de capaciteit van het ITAA om zijn sectorspecifieke risicoanalyse te verfijnen en, indien nodig, leden met een hoger risico te identificeren.

Daarnaast speelt de internationale samenwerking tussen financiële‑inlichtingeneenheden – ruim buiten het Europese kader – een essentiële rol. Zij maakt het mogelijk om illegale financiële stromen te detecteren, te volgen en doeltreffend te bestrijden, aangezien deze stromen per definitie de nationale grenzen overschrijden en een nauwe coördinatie tussen FIU’s vereisen.

3. Bescherming van de anonimiteit van de melder

Op het terrein uiten veel beroepsbeoefenaars een aanhoudende bezorgdheid. Ondanks de wettelijke waarborgen wekken bepaalde gevallen die in de pers worden aangehaald de indruk dat de oorsprong van een melding zou kunnen worden achterhaald. Het voorbeeld dat in de media werd genoemd over Didier Reynders – waarbij bleek dat een melding afkomstig was van een bank – of de informatie die circuleerde rond de Nationale Loterij, versterken dit gevoel van blootstelling.

Deze situaties creëren een ongemak bij economische beroepsbeoefenaars. Zelfs al communiceert de CFI nooit extern over de oorsprong van een melding, tast de perceptie van een risico op ‘lekken’ of identificatie – reëel of vermeend – het vertrouwen aan dat essentieel is voor het systeem. De leden van het ITAA herinneren er regelmatig aan hoe cruciaal het is om een absolute anonimiteit te garanderen om meldingen te stimuleren en elke terughoudendheid te vermijden die voortvloeit uit angst voor represailles of reputatieschade. 

In reactie op deze bezorgdheden heeft de CFI de strikte wettelijke beschermingen opnieuw bevestigd:

  • haar leden, personeel, gedetacheerde politieambtenaren en externe experten zijn onderworpen aan een bijzonder strikte beroepsgeheimhouding
  • de kopie van de oorspronkelijke melding van vermoeden wordt nooit door de CFI aan het parket overgemaakt
  • enkel het onderzoeksrapport van de CFI, opgesteld na analyse, wordt aan het parket meegedeeld
  • de identiteit van de melder verschijnt op geen enkel moment in dit onderzoeksrapport
  • de informatie wordt in het onderzoeksrapport geïntegreerd in een geheel van bronnen, waardoor identificatie van de oorspronkelijke melding onmogelijk wordt
  • melders die te goeder trouw handelen, genieten disciplinaire en gerechtelijke immuniteit, zowel strafrechtelijk als burgerlijk (art. 57 AML/CFT‑wet)

De boodschap van de CFI is duidelijk: het preventieve systeem steunt op vertrouwen, en alles wordt in het werk gesteld om melders te beschermen. Maar de feedback van het terrein toont aan dat dit vertrouwen kwetsbaar blijft en voortdurend moet worden versterkt.

Geobserveerde typologieën: wat beroepsbeoefenaars moeten monitoren

1. Sectorale waarschuwingscriteria

Accountants en belastingadviseurs worden geconfronteerd met specifieke signalen:

  • Oprichting of overname van vennootschappen zonder economische logica
  • Verzoeken om eenmalige en dringende opdrachten
  • Weigering van de cliënt om bewijsstukken te verstrekken
  • Transacties die niet stroken met het profiel van de cliënt

2. Technieken die door witwassers worden gebruikt

De CFI presenteerde verschillende typologieën die onderscheid maken tussen technieken van ‘self‑laundering’ en professionele witwasnetwerken.

2.1 Selflaundering

Criminele organisaties of individuen wassen hun eigen geld wit. Dit kan op nationaal of lokaal niveau gebeuren. Vaak is er een element van corruptie aanwezig. De bedragen per dossier zijn kleiner, maar de maatschappelijke impact is groot. Gebruikte technieken: kunstmatige leningen, vastgoedtransacties, luxegoederen. Betrokken sectoren: detailhandel, horeca, bouw, transport, …

2.2 Professionele witwasnetwerken

Volgens de CFI is een opvallende trend van de afgelopen jaren de opkomst van professionele witwasnetwerken die hun diensten aanbieden aan andere criminele organisaties. Deze groepen specialiseren zich in het witwassen van gelden voor rekening van andere criminele structuren, via complexe constructies gebaseerd op ketens van vennootschappen – vaak schermvennootschappen – die dienen om geldstromen te laten circuleren en de oorsprong ervan te verhullen.

In bepaalde dossiers stelt de CFI vast dat financiële, juridische of economische beroepsbeoefenaars betrokken zijn bij de oprichting of het beheer van vennootschappen die, zonder dat zij het weten, worden gebruikt in een witwasnetwerk. Deze beroepsbeoefenaars worden soms gevraagd voor klassieke diensten – oprichting van vennootschappen, domiciliëring, boekhoudkundige verwerking – zonder onmiddellijk te beseffen dat deze structuren zullen worden gebruikt in illegale financiële constructies.

Deze professionele witwasnetwerken functioneren als echte criminele dienstverleners. Ze maken gebruik van:

  • ketens van schermvennootschappen, soms verspreid over meerdere rechtsgebieden
  • snelle en gefragmenteerde financiële stromen
  • fictieve of kunstmatige handelsverrichtingen
  • stromannen als bestuurders of aandeelhouders

Het doel is het aantal tussenpersonen te vermenigvuldigen om de criminele oorsprong van de fondsen moeilijk traceerbaar te maken.

Het risico is bijzonder aanwezig bij:

  • de oprichting van vennootschappen, een moment waarop netwerken proberen entiteiten in hun constructies te integreren
  • het administratief of boekhoudkundig beheer van vennootschappen met atypische kenmerken

Deze situaties benadrukken de noodzaak van verhoogde waakzaamheid bij de aanvaarding van nieuwe cliënten, met name op het vlak van cliëntenidentificatie, begrip van de reële activiteit en detectie van atypische verrichtingen.

3. Uitwisseling

Naar aanleiding van deze uiteenzetting van de CFI hebben de accountants, belastingadviseurs en vertegenwoordigers van het ITAA – als AML‑toezichthoudende autoriteit – hun professionele realiteit en de situaties waarmee zij dagelijks worden geconfronteerd, toegelicht. De uitwisselingen maakten het mogelijk om verschillende essentiële punten te verduidelijken en concrete bezorgdheden te belichten:

  • Professionele praktijken die strikt omkaderd zijn en ver verwijderd van criminele netwerken

De deelnemers benadrukten dat geen enkel erkend kantoor zich heeft gespecialiseerd in activiteiten die verband houden met georganiseerde criminele netwerken. Daarentegen blijft het illegaal uitoefenen van het beroep een reëel probleem, met verhoogde risico’s op het vlak van witwassen.

Verdachte gevallen bij de oprichting van vennootschappen blijven zeldzaam. Waarschuwingssignalen duiken vaker op in het kader van faillissementen, waar verhoogde waakzaamheid vereist is. Bovendien doen andere actoren – banken, notarissen – bij de oprichting van vennootschappen vaak sneller meldingen.

  • Strikte acceptatiebeleid, vooral in de grote kantoren

Grote kantoren hanteren zeer strikte cliëntenacceptatiebeleid, gekoppeld aan permanente monitoring. Zij zijn bijzonder voorzichtig bij aanvragen afkomstig van generieke e‑mailadressen of van cliënten zonder band met hun bestaande netwerk. De meeste nieuwe cliënten komen via aanbeveling, en verzoeken om bijstand bij de oprichting van vennootschappen zijn er weinig.

  • Domiciliëring van vennootschappen: een strikt gereguleerde praktijk

De domiciliëring van vennootschappen valt voortaan onder een bindende ITAA‑norm en staat onder verhoogde aandacht tijdens de kwaliteitscontroles die het ITAA bij zijn leden uitvoert. Domiciliëring blijft mogelijk, maar binnen een strikt kader en voor een beperkt aantal gevallen. De deelnemers benadrukten het belang van het onderscheid tussen:

  • buitenlandse cliënten, voor wie domiciliëring gerechtvaardigd kan zijn
  • Belgische cliënten, waarvoor verhoogde waakzaamheid noodzakelijk is
  • Vragen van beroepsbeoefenaars aan de CFI

De economische beroepsbeoefenaars stelden talrijke vragen aan de CFI om verduidelijking te krijgen over onder meer:

  • Wat te doen wanneer een oude fraude wordt ontdekt
  • Moet een vroegere sociale fraude worden gemeld
  • Bestaat er een drempel om eenvoudige en ernstige fraude te onderscheiden
  • Een constante die door de CFI werd benadrukt: de risico‑gebaseerde aanpak.

Doorheen de uitwisselingen kwam een rode draad naar voren: de verantwoordelijkheid van de beroepsbeoefenaar steunt op een rigoureuze, gedocumenteerde en proportionele risicoanalyse.

Deze aanpak beschermt tegelijk:

  • de kwaliteit van het werk van het kantoor
  • zijn reputatie
  • en de coherentie van het AML‑systeem als geheel

Besproken praktijkgevallen

  • Fiscale fraude onthuld in de pers, maar het ITAA‑lid ziet niets in het dossier van de cliënt. Moet er een melding worden gedaan? Is dat nuttig?

    Antwoord van de CFI: Een melding is niet automatisch. De analyse moet feitelijk blijven en gebaseerd zijn op het vermoeden: zodra er een vermoeden ontstaat, moet de beroepsbeoefenaar inderdaad een melding doen. Als de naam in de pers verschijnt in verband met witwassen, maar er geen enkel feit of geen enkele verrichting is die u kunt koppelen aan een vermoeden van witwassen, dan hoeft u niet te melden. Men mag niet vergeten dat de beoordeling van de nuttigheid van de melding op het niveau van de CFI gebeurt.

  • Oude sociale fraude ((bv. zwart uitbetaalde lonen door de ouders, overname van de onderneming door de kinderen die deze illegale praktijk willen stopzetten en advies vragen over regularisatie).
    Antwoord van de CFI: de meldingsplicht hangt af van het huidige risico. Relevante vragen zijn: Heeft de vroegere inbreuk vandaag nog een impact? Is het gedrag van de cliënt veranderd? Is er nog een risico op witwassen of financiering van terrorisme? In theorie kan een melding vereist zijn. In de praktijk benadrukt de CFI het belang van een omstandige analyse door de AMLCO.

  • Welke sociale fraude wil de CFI gemeld krijgen? Voorbeelden: het ontbreken van bepaalde vermeldingen in het arbeidsreglement of het niet indienen van de sociale balans bij de NBB leidt tot een sanctie van niveau 1. Dit is een administratieve tekortkoming. Waar ligt de grens tussen een administratieve fout en sociale fraude?
    Antwoord van de CFI
    :
    De AMLCO moet de situatie beoordelen volgens een risico‑gebaseerde benadering en zich dus afvragen of deze tekortkomingen tot doel kunnen hebben bepaalde handelingen te verbergen. Heeft de cliënt een systeem opgezet om zwartwerkers in te zetten, stuurt hij zijn vennootschap bewust naar een faillissement… ?

  • Eenvoudige of ernstige fiscale fraude: geen drempel, maar een analyse
    De deelnemers vroegen of er een financiële drempel bestaat om eenvoudige van ernstige fraude te onderscheiden.

    Antwoord van de CFI:
  • er is geen drempel
  • een eenvoudig vermoeden volstaat
  • het onderscheid eenvoudig/ernstig is niet doorslaggevend
  • de aanpak moet pragmatisch en risico‑gebaseerd blijven
  • belangrijk zijn: de impact op de activiteiten van de cliënt en de eventuele herhaling

In de praktijk worden dossiers waarin enkel witwassen van eenvoudige fiscale fraude aan de oppervlakte komt, momenteel nooit door de CFI aan het parket overgemaakt, aangezien de wet ernstige fiscale fraude als onderliggende criminaliteit vereist. Er kunnen echter andere, reeds bestaande elementen zijn waarover de CFI kennis heeft via vroegere meldingen. De melding van de beroepsbeoefenaar over een eenvoudige fraude kan dan nuttig zijn voor kruisingen en voor de opbouw van een relevante databank. Daarnaast moet worden benadrukt dat de nieuwe Europese regelgeving (het nieuwe AML‑pakket) niet langer aanvaardt dat eenvoudige fiscale fraude niet als onderliggende criminaliteit wordt beschouwd (vanaf juli 2027).

goAML: een centraal instrument

1. Gebruik van goAML

Sinds 30 september 2024 is goAML het enige verplichte online meldingsinstrument. Dit platform, ontwikkeld door het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC), biedt ook een beveiligd intern berichtensysteem tussen de CFI en de melders voor het uitwisselen van informatie.

Binnen éénzelfde kantoor kunnen meerdere gebruikers toegang krijgen tot goAML om de communicatie te vergemakkelijken.

Op 2 juni 2025 organiseerden het ITAA en de CFI een goAML‑opleiding. Deze opleiding – nog steeds beschikbaar op aanvraag – heeft tot doel de leden alle nuttige informatie te bezorgen om zich te registreren op de supportsite van de CFI en vervolgens een online melding in te dienen via goAML. Om toegang te krijgen tot deze opleiding kan contact worden opgenomen met de Opleidingscel van het ITAA. Daarnaast beschikt de CFI over een specifieke helpdesk voor vragen van melders over online meldingen via goAML.

1.1 Praktische aandachtspunten

Registratie op de supportsite

  • Waar vindt u de supportsite van de CFI? https://support.ctif-cfi.be
  • Waarvoor dient deze supportsite? Ze moet worden gebruikt voor de registratie. Dit is een verplichte stap vóór elke online melding en kan op elk moment worden uitgevoerd (ook als u niet onmiddellijk een melding indient)
  • De registratie moet slechts één keer gebeuren, maar het is belangrijk om de login en het wachtwoord van de supportsite goed te bewaren.

Op de supportsite vindt u ook nuttige documentatie: handleidingen, opleidingsvideo’s en helpdesk

Registratie op de online meldingssite

  • Waar vindt u de online meldingssite van de CFI? https://p-oris.ctif-cfi.be/Home
  • Waarvoor dient deze meldingssite? Ze moet worden gebruikt om verdachte activiteiten te registreren en in te dienen.
  • Deze site is enkel toegankelijk voor melders die zich vooraf op de supportsite hebben geregistreerd.
    U moet zich apart registreren op deze online meldingssite.

Het is belangrijk om login en wachtwoord van deze site goed te bewaren. Deze gegevens verschillen van die van de supportsite. Beide sets moeten dus afzonderlijk worden bijgehouden.

1.2 Moeilijkheden en voorstellen

Economische beroepsbeoefenaars hebben verschillende moeilijkheden gemeld bij het gebruik van goAML voor het indienen van meldingen bij de CFI. Voor sommige leden kan de procedure als zwaar, tijdrovend en weinig intuïtief worden ervaren. De administratieve complexiteit ontmoedigt sommige beroepsbeoefenaars om een melding in te dienen. Dit was trouwens een van de redenen waarom het ITAA een opleiding organiseerde in samenwerking met de CFI.

  • Verbeteringsvoorstellen van de leden met betrekking tot goAML

Tijdens de AML‑workshop formuleerden de deelnemers verschillende verzoeken om de gebruikservaring te verbeteren:

    • een algemene vereenvoudiging van de meldingsprocedure
    • de mogelijkheid om het wachtwoord te bewaren
    • de beschikbaarheid van een testomgeving voor opleidingen
    • een duidelijke onderscheid in de toepassing tussen verplichte en facultatieve velden, om de administratieve last te verminderen en fouten te vermijden

  • Opleidings- en begeleidingsbehoeften

De feedback over de reeds georganiseerde goAML‑opleiding is zeer positief en de deelnemers moedigen aan om deze inspanningen voort te zetten. De ITAA‑leden die deelnamen aan de AML‑workshop benadrukten:

    • de noodzaak van regelmatige opleidingen, ook voor stagiairs
    • het belang om goAML op te nemen in schoolcurricula en in de evaluatie van stagiairs (bijvoorbeeld: een praktische oefening waarbij een melding via goAML moet worden ingediend)
    • de bijzondere moeilijkheden voor kleine kantoren, voor wie de administratieve last proportioneel zwaarder is
  • Administratieve vereenvoudiging: voorgestelde pistes

De deelnemers herinneren eraan dat ITAA‑leden, in tegenstelling tot banken, geen groot volume aan meldingen indienen. Het is dus essentieel dat de AML‑verplichtingen proportioneel blijven en aangepast zijn aan de realiteit van kantoren van uiteenlopende grootte. Bovendien moeten de leden al een groot aantal verplichtingen naleven (de strijd tegen witwassen is slechts één verplichting onder vele).

Verschillende verbeteringspistes werden besproken, waaronder:

    • Gecentraliseerde doorgifte van de lijst van AMLCO’s door het ITAA
      Een voorstel van het ITAA bestaat erin om rechtstreeks aan de CFI de lijst over te maken van AMLCO’s die gemachtigd zijn om meldingen in te dienen. Dit zou meerdere registraties, het beheer van verschillende wachtwoorden en de noodzaak om zich op twee platformen in te schrijven vermijden. De CFI gaf aan dat zij opnieuw de technische haalbaarheid van deze oplossing zal onderzoeken, aangezien dit bij eerdere verzoeken van het ITAA niet mogelijk was.
    • Administratieve vereenvoudiging via de ITAA-applicatie

      mogelijkheid voor leden om via de ITAA‑applicatie de procedure te vereenvoudigen.
      Het doel is om administratieve drempels te verlagen zodat beroepsbeoefenaars niet afzien van het indienen van een melding omwille van de complexiteit van het systeem. Deze vereenvoudiging zou vooral nuttig zijn voor kleine kantoren, die niet over dezelfde middelen beschikken als grotere structuren.

  • Vragen met betrekking tot de inhoud van de meldingen

De uitwisselingen maakten het mogelijk om te bevestigen dat:

    • Een vermoeden kan steunen op een samenhangend geheel van convergerende AML‑indicatoren, en het niet selecteren van een afzonderlijke indicator uit de lijst in goAML vormt geen belemmering voor het indienen van de melding.
    • Een melding van vermoeden aan de CFI kan achteraf niet worden gewijzigd. Indien nieuwe elementen opduiken in het dossier waarop de melding betrekking had, kan een aanvullende melding worden ingediend.
  • Technische problemen bij verzoeken om aanvullende informatie

Een belangrijk technisch punt werd aangekaart: wanneer de CFI een verzoek om aanvullende informatie verstuurt, heeft de AMLCO geen toegang meer tot de oorspronkelijke melding in goAML. Het is soms voorgekomen dat er door de CFI geen referentienummer voor het dossier werd meegedeeld, wat de opvolging van de communicatie bemoeilijkt, vooral voor kantoren die meerdere meldingen voor verschillende cliënten hebben ingediend.

De deelnemers hebben de CFI gevraagd om de mogelijkheid te onderzoeken om dit proces te verbeteren, waarop de CFI positief heeft gereageerd. Daarnaast heeft de CFI verduidelijkt dat het niet de bedoeling is om onderworpen entiteiten ertoe aan te zetten hun cliënten opnieuw te contacteren wanneer zij een verzoek om bijkomende informatie ontvangen.

2. Kwaliteit van de meldingen

Opdat de meldingen rechtstreeks bruikbaar zouden zijn voor de CFI, moeten zij aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De identificatiegegevens van cliënten, lasthebbers en uiteindelijke begunstigden moeten volledig zijn. Het is belangrijk dat de geboorteplaats, nationaliteit en/of het adres van de cliënt (natuurlijke persoon) correct worden vermeld. Hetzelfde geldt voor de maatschappelijke zetel van cliënten (rechtspersonen) en de vermelding van de lijst van bestuurders.
  • De beschrijving van de verdachte verrichtingen/feiten moet duidelijk en beknopt zijn. In geval van verdachte verrichtingen moeten de periode en/of het volume van de transacties worden vermeld, evenals de betrokken landen.
  • De motivering van de melding moet correct worden weergegeven. Het is belangrijk dat de witwasindicatoren duidelijk in de melding worden opgenomen. Dit kan gaan om een samenhangend geheel van convergerende indicatoren. De melder wordt aangemoedigd om de witwasindicatoren te selecteren uit de lijst die in goAML is voorzien (ook al is het ontbreken hiervan niet blokkerend), zodat de CFI de informatie snel kan filteren op basis van een typologie of andere criteria.
  • Het toevoegen van bewijsstukken.

Dit stelt de CFI in staat om de meldingen correct te filteren, ze een passende richting te geven en efficiëntere analyses uit te voeren, zowel operationeel als strategisch. Voor meer informatie over de kwaliteit van de meldingen kunt u het volgende document raadplegen op de website van de CFI: https://ctif-cfi.be/index.php/nl/belgisch-stelsel/melders/kwaliteit-van-meldingen

3. Beheer van de relatie met de cliënt (nadat een melding aan de CFI werd gedaan)

Het indienen van een melding bij de CFI impliceert niet automatisch dat de economische beroepsbeoefenaar de zakelijke relatie moet beëindigen. De accountant/belastingadviseur is vrij om de relatie met de cliënt voort te zetten of te beëindigen.

Wel is het verplicht om een individuele herevaluatie van de risico’s op witwassen/FT uit te voeren ten aanzien van de cliënt, rekening houdend met de nieuwe elementen die voortvloeien uit de melding, en om een aangepast waakzaamheidsniveau toe te passen. Het behoud van de zakelijke relatie moet gepaard gaan met versterkte waakzaamheidsmaatregelen.

Elke nieuwe verdachte verrichting moet aan de CFI worden gemeld indien de melder meent dat er nog steeds sprake is van een vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme in de zin van de wet.

Het verbod op bekendmaking, ook wel het verbod op ‘tipping off’ genoemd, geldt zowel voor de meldingen aan de CFI als voor de aanvullende informatie die door de CFI aan accountants/belastingadviseurs wordt gevraagd.

Conclusie: Een workshop dat de lijnen heeft doen bewegen

De CFI en het ITAA benadrukken de uitgesproken constructieve dynamiek die de volledige AML‑workshop heeft gekenmerkt. De uitwisselingen, soms gevoelig maar steeds transparant, maakten het mogelijk om de moeilijkheden op het terrein openlijk te bespreken.

De deelnemers aan de AML‑ workshop hebben duidelijk hun interesse uitgesproken om dit werkformat verder te zetten. De mogelijkheid om de operationele realiteit van kleine, middelgrote en grote kantoren met elkaar te confronteren, bleek bijzonder waardevol, zowel om het wederzijds begrip te versterken als om proportionele en voor iedereen toepasbare oplossingen te ontwikkelen.

Meer dan de technische aspecten en wettelijke verplichtingen, herinnerde deze workshop eraan dat de strijd tegen witwassen in de eerste plaats steunt op een voortdurende dialoog, wederzijds vertrouwen tussen de actoren en een gedeelde wil om coherent en doeltreffend te handelen. Het is precies deze wisselwerking tussen het regelgevend kader en actieve samenwerking die duurzame vooruitgang mogelijk maakt.

Het ITAA sluit zich volledig aan bij deze dynamiek en zal zijn inzet voortzetten om zijn leden te ondersteunen bij hun waakzaamheidsverplichtingen. Deze ondersteuning is des te belangrijker in het kader van het wederzijds evaluatierapport van België door de FATF in december 2025, dat de nadruk legt op de noodzaak van een strikte naleving van de AML‑verplichtingen en mogelijk kan leiden tot strengere eisen. Meer dan ooit moet de beroepsgroep kunnen rekenen op duidelijke ondersteuning, coherente richtlijnen en een open dialoog met de verschillende betrokken autoriteiten in de strijd tegen witwassen en de financiering van terrorisme.

🖋️ Over de auteur

Axelle Dekeyser is bedrijfsjurist en coördinator van de cellen AWW en Fiscaliteit bij het ITAA.

Gepubliceerd op

Categorieën

Tags

Sharing

Gerelateerde artikelen

Naast de jaarafsluiting en fiscale aangiftes is er nog een verplichting die op weinig enthousiasme kan rekenen bij ondernemers: de jaarlijkse bevestiging van het UBO-register. Voor accountants ligt hier echter...
De 6de Europese antiwitwasrichtlijn (6AMLD) is geen louter technische update – ze hertekent fundamenteel hoe antiwitwasnaleving wordt georganiseerd, gecontroleerd en gesanctioneerd. Voor accountants en belastingadviseurs betekent dit: hogere verwachtingen op...
De hervorming van de btwketting beoogt een efficiënter en transparanter btw-kader, met verbeterde procedures voor aangifte, betaling en teruggaaf. De implementatie verloopt in fases om zowel de belastingplichtigen, de beroepsbeoefenaars...
De digitalisering heeft het accountantsberoep fundamenteel veran­derd. Waar het dossier vroeger in een kast zat, circuleert het vandaag tussen boekhoud- en aangiftesoftware, een documentmanage­mentsysteem, cloudopslag, e-signing, klantportalen én – nog...
Van minimumvereisten naar duurzaam kwaliteitsleiderschap: een stap vooruit voor kwaliteit, professionaliteit en vertrouwen Deel 3: praktische implementatie – een proportionele en norm-conforme aanpak De invoering van het intern kwaliteitsmanagementsysteem (IKM-systeem)...
Hét fiscale topic van de afgelopen maanden is de geplande invoering van de ‘meerwaardebelasting op financiële activa’ in de personenbelasting vanaf 1 januari 2026. Dat deze maatregel veel aandacht krijgt...
Een algemene vergadering verenigt de aandeelhouders om formele besluiten te nemen binnen haar specifieke bevoegdheden. Deze bevoegdheden komen haar toe op grond van limitatieve, dwingende bepalingen in het Wetboek van...
Sinds 1 januari 2026 is e-facturatie voor transacties tussen bedrijven onderling verplicht in België. Met meer dan één miljoen ondernemingen die reeds een Peppol-ID hebben, behoort de adoptiegraad van Peppol...
Ondernemersfalen wordt vandaag niet langer louter als een tekortkoming beschouwd, maar meer en meer, gelukkig maar, als een onderdeel van economische dynamiek. In het Belgische vennootschapsrecht (WVV) bestaat een gelaagd...
In de programmawet van juli 2025 kondigde de fiscale wetgever een wetswijziging aan die vooral sleutelt aan de autofiscaliteit in de personenbelasting. Op de vennootschapsbelasting is de impact veel minder...