U krijgt een brief van de FOD Financiën die vraagt om inlichtingen of stukken over een cliënt over te maken, met een verwijzing naar mogelijke boetes. De eerste neiging is om meteen te antwoorden, en net daar schuilt het risico. Uw beroepsgeheim weegt zwaarder dan u denkt, en het ITAA staat aan uw zijde om dat evenwicht te bewaken.
De voorbije weken kregen verschillende beroepsbeoefenaars zo'n brief. De Orde van Vlaamse Balies waarschuwde haar leden er al voor, en de boodschap geldt evengoed voor onze beroepen. Daarom zetten we de belangrijkste principes nog eens op een rij, zodat u weet waar u staat wanneer zo'n vraag binnenkomt.
1. Weet dat u gebonden bent door een strikt beroepsgeheim
Als accountant of belastingadviseur bent u onderworpen aan het beroepsgeheim. Dat berust op artikel 458 van het Strafwetboek van 8 juni 1867, op artikel 352 van het Strafwetboek van 29 februari 2024, en op artikelen 50 en 120 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, dat u verplicht tot geheimhouding van alle gegevens die u in de uitoefening van uw beroep worden toevertrouwd. Het is geen formaliteit: het beschermt de vertrouwensrelatie met uw cliënt, en het is van openbare orde. U kunt uzelf er niet zomaar van ontslaan.
Goede reflex: bekijk elke vraag die cliëntgegevens raakt eérst door de bril van uw beroepsgeheim, niet door die van de aangekondigde boete.
2. Een vraag, of een boete, heft uw beroepsgeheim niet automatisch op
Vertrouwelijke informatie over een cliënt overmaken aan de fiscus kan een schending van het beroepsgeheim uitmaken, met mogelijke tuchtrechtelijke en strafrechtelijke gevolgen. De sanctiebepalingen waarnaar in dergelijke brieven wordt verwezen, veranderen daar niets aan. Zij gelden niet als een algemene of automatische opheffing van uw beroepsgeheim. Het feit dat de administratie naar boetes verwijst, betekent dus niet dat u verplicht bent zonder meer te antwoorden.
Goede reflex: lees de brief rustig en scheid twee vragen: wat vraagt de administratie precies, en raakt dat vertrouwelijke cliëntgegevens? Antwoord niet voor u die tweede vraag hebt beantwoord.
3. Roep uw beroepsgeheim uitdrukkelijk in, en laat het ITAA oordelen
Hier ligt uw sterkste troef. Roept u tegenover de fiscus uw beroepsgeheim in, bij een vraag om inlichtingen of tot voorlegging van stukken op grond van de artikelen 315, 315bis, 316 en 322 tot 324 WIB, dan kan de administratie u niet zomaar dwingen. Artikel 334 WIB 92 verplicht haar om het geschil voor te leggen aan de bevoegde tuchtoverheid. Voor onze beroepen is dat het ITAA.
Het ITAA oordeelt vervolgens of, en in welke mate, de vraag verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim. Die beslissing bindt zowel de administratie als u: bevestigt het ITAA het beroepsgeheim, dan moet de fiscus inbinden; oordeelt het ITAA dat bepaalde elementen er niet onder vallen, dan kunt u de overlegging niet langer weigeren. Een onafhankelijke, vakkundige toetsing tussen de vraag en uw antwoord, met het ITAA mee aan tafel.
Goede reflex: roep uw beroepsgeheim schriftelijk en uitdrukkelijk in. Op het vlak van de inkomstenbelastingen verplicht dat de administratie om het ITAA in te schakelen.
4. Ken de grenzen: het is geen blanco weigeringsrecht
Het beroepsgeheim inroepen is een recht, geen vrijbrief. Het mechanisme van artikel 334 WIB 92 speelt op het vlak van de inkomstenbelastingen; voor de btw geldt een ander kader. En voor uw eigen fiscale situatie kunt u zich er niet achter verschuilen om aan rechtmatige verplichtingen te ontsnappen, al blijft u ook dan verplicht om de identiteit en de gegevens van uw cliënten te beschermen, bijvoorbeeld via anonimisering. De boodschap is dus niet "weiger alles", maar: antwoord niet op automatische piloot.
Maak daarbij ook een onderscheid naargelang wat de administratie precies opvraagt. De definitieve boekhouding valt op zich niet onder het beroepsgeheim: zij is officieel en kan door de fiscus worden gecontroleerd. Die controle kan de administratie afdwingen, maar enkel binnen de grenzen van haar wettelijke controlebevoegdheden. Een vraag om inlichtingen over een cliënt ligt anders: daar mag u aannemen dat zij door het beroepsgeheim is gedekt, want zulke inlichtingen moet de fiscus in beginsel bij de belastingplichtige zelf opvragen.
Goede reflex: twijfelt u? Leg de vraag voor aan het ITAA vóór u antwoordt. En bezorg ons dergelijke brieven in geanonimiseerde vorm, zodat we deze praktijk verder met de FOD Financiën kunnen opnemen.
U bent de hoeder van een evenwicht
U staat op een scharnierpunt: tussen een legitieme medewerking aan de fiscale controle en de vertrouwelijkheid die onmisbaar is voor de relatie met uw cliënt. Dat evenwicht bewaken hoort bij uw beroep, en u staat er niet alleen voor. Hoe beter we zicht krijgen op wat bij onze leden binnenkomt, hoe sterker we het beroepsgeheim, en het vertrouwen in ons beroep, samen kunnen verdedigen.