De regering diende op 15 juni 2026 het wetsontwerp “lagere kosten II en diverse bepalingen” in bij de Kamer (DOC 56 1593/001). Na de eerste wet “lagere kosten” zet dit tweede luik verder in op administratieve vereenvoudiging: formaliteiten worden geschrapt en enkele kleinere rechten en taksen verdwijnen. We overlopen wat dit concreet betekent voor uw kantoor en uw cliënten.
De huurbijlage verdwijnt
De meest voelbare maatregel: de verplichte bijlage bij de aangifte met informatie over huurovereenkomsten (art. 307, § 2/2 WIB 92, in de praktijk bekend als bijlage 270 MLH) wordt afgeschaft. Die verplichting, ingevoerd door de wet van 28 december 2023, moest eigenaars identificeren die op hun werkelijke huurinkomsten belast moeten worden wanneer de huurder het pand beroepsmatig gebruikt. In de praktijk legde ze de last bij de huurder, die gegevens over de verhuurder moest verzamelen die deze niet altijd spontaan verstrekte — en bij niet-naleving de aftrek van de huur als beroepskost verloor.
Zowel de aangifteverplichting als die sanctie verdwijnen. Twee kanttekeningen:
- De aftrekweigering voor huur van kosteloos geregistreerde huurovereenkomsten (art. 53, 33°, b) WIB 92) blijft wél bestaan. Wie privéwoninghuur als beroepskost wil aftrekken, botst dus nog steeds op die grens.
- De inwerkingtreding wordt nog bepaald bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Zolang dat KB er niet is, blijft de bijlage verplicht. De memorie kondigt aan dat de controle op belastbare huurinkomsten op termijn via een aangepast MyRent-platform zal verlopen.
Dagontvangstenboek en ontvangstbewijsboekjes afgeschaft
Vanaf 1 januari 2027 vervalt voor personen die een vrij beroep, ambt of post uitoefenen de verplichting om ontvangstbewijsboekjes en een dagboek van ontvangsten en uitgaven bij te houden (art. 320 WIB 92). De wetgever erkent dat gespecialiseerde boekhoudsoftware vandaag een volledige en veilige traceerbaarheid biedt, waardoor het handmatige dagboek overbodig is.
Eén belangrijke uitzondering: medische en paramedische beroepen blijven onderworpen aan de verplichting. Het ontvangstbewijs blijft daar nodig als betaalbewijs voor de patiënt (o.m. voor terugbetaling door de mutualiteit) en als controle-instrument voor de fiscus.
Btw-vrijstellingsdrempel stapsgewijs naar 30.000 euro
De omzetdrempel voor de bijzondere vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen (art. 56bis e.v. Btw-Wetboek) stijgt vanaf 1 januari 2027 jaarlijks met 1.000 euro: 26.000 euro in 2027, 27.000 euro in 2028, tot 30.000 euro in 2031 en de jaren daarna. De maatregel kadert in het kmo-plan 2025 en geldt ook voor btw-plichtigen die niet in België maar wel in de EU gevestigd zijn, binnen de grenzen van de btw-richtlijn.
De spelregels van de regeling zelf wijzigen niet: ze blijft facultatief, stelt vrij van btw-aanrekening en periodieke aangiften, maar sluit het recht op aftrek van voorbelasting uit. Voor cliënten die net boven de huidige drempel van 25.000 euro zitten, wordt de afweging vanaf 2027 dus opnieuw actueel. De regering voorziet een jaarlijkse impactanalyse van het effect op ondernemingen onder de normale btw-regeling.
eBox wordt het voorkeurskanaal van de FOD Financiën
De FOD Financiën gebruikt de eBox vandaag enkel voor aanslagbiljetten en voorstellen van vereenvoudigde aangifte. Het ontwerp maakt de weg vrij om ook andere mededelingen via de eBox te versturen; het overbodig geworden art. 302 WIB 92 wordt opgeheven. De eBox-wet van 27 februari 2019 geldt voortaan als het gemeenrechtelijke kader; een volledige herziening van de Digilex bis-wet wordt aangekondigd. Voor uw kantoor betekent dit dat het opvolgen van de eBox van cliënten verder aan belang wint.
Accijnzen op koffie en thee verdwijnen
Vanaf 1 juli 2027 zijn koffie en thee — ruim gedefinieerd, inclusief kruiden- en vruchteninfusies — niet langer accijnsproducten. Bestaande vergunningen “accijnsinrichting” voor koffie en thee vervallen op dat moment van rechtswege. Daarnaast komt er een accijnsvrijstelling voor onverkoopbare accijnsproducten die aan liefdadigheidsinstellingen worden geschonken, met dezelfde toepassingsvoorwaarden als de bestaande btw-regeling (KB nr. 59). Schenken wordt daardoor niet langer fiscaal nadeliger dan vernietigen.
Overige bepalingen
Agenten in bank- en beleggingsdiensten mogen voortaan, onder voorwaarden en onder toezicht van de NBB en de FSMA, hun bemiddelingsactiviteit combineren met het voor eigen rekening verlenen van betalingsdiensten. Het ontwerp bekrachtigt tot slot een reeks koninklijke besluiten inzake bedrijfsvoorheffing (o.m. de overurenregeling en de bevrijdende voorheffing op onderhoudsuitkeringen aan niet-inwoners) en btw-tarieven, waaronder het herstelde 6 %-tarief voor warmtepompen (vijf jaar vanaf 1 januari 2026) en de tariefwijzigingen uit het meerjarig begrotingsakkoord die sinds 1 maart 2026 gelden.
Wat nu?
Het wetsontwerp doorloopt momenteel de parlementaire behandeling; amendementen blijven mogelijk. Het ITAA volgt het dossier op en informeert u zodra de definitieve tekst en de inwerkingtredingsdata — in het bijzonder voor de huurbijlage — bekend zijn.