Vrijdag 4 december 2025 hadden Bart Van Coile en Vincent Delvaux, respectievelijk voorzitter en ondervoorzitter van het ITAA, de eer om een uitgebreid gesprek te voeren met David Clarinval, vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw.
Het doel van het gesprek? Duidelijkheid scheppen over een reeks thema’s die veel van onze leden bezighouden: eDepot, het uniek mandaat, het formulier VKT1 (de vermelding van de naam van de accountant bij de neerlegging van de jaarrekening) en e-facturatie. Het gesprek verliep in een open en constructieve sfeer, waarbij onze voorzitters de kans kregen om enkele bezorgdheden van onze leden rechtstreeks aan te kaarten.
Van Coile: Meneer de vice-eersteminister, hartelijk dank dat u tijd maakt om enkele onderwerpen met ons te bespreken. Het eerste thema dat we graag willen aanhalen is dat van eDepot, dat meerdere stappen – zoals toekenning van het ondernemingsnummer, controle van akten, activering en publicatie – bundelt in één digitaal proces.
Hoe ziet u de impact van deze integratie op het verminderen van de administratieve lasten? Een integratie die uiteindelijk cruciaal is, want we investeren vandaag enorm veel tijd in de voorbereiding van kaarten voor publicatie – tijd die uiteindelijk onze cliënten benadeelt. Welke concrete acties zouden we samen kunnen ondernemen om de implementatie van het eDepot te versnellen?
Clarinval: Om te beginnen weten jullie dat de absolute prioriteit van deze regering is om de competitiviteit opnieuw centraal te plaatsen. De concurrentiekracht van ondernemingen staat zwaar onder druk en hangt samen met een reeks maatregelen rond loonkosten, energiekosten, enzovoort. Maar de maatregelen die er écht toe doen – die de competitiviteit in Europa in het algemeen, en in België in het bijzonder, beïnvloeden – zijn de overmatige administratieve lasten en verplichtingen. Die opstapeling van vereiste taken.
We hebben daarom binnen de regering beslist om prioriteit te geven aan administratieve vereenvoudiging, en uiteraard ook aan eDepot – het initiatief dat jullie samen met de notarissen hebben genomen om het werk voor vennootschappen en uw kantoren te verbeteren en vereenvoudigen. Dat is een aanpak die we erg waarderen en die we zullen ondersteunen.
Zo hebben we binnen de regering, samen met mijn collega vice-eersteminister Vincent Van Peteghem, beslist om een groot plan uit te werken met tientallen maatregelen die het leven van ondernemingen zullen vereenvoudigen. eDepot is een prioriteit in dat plan en zal samen met de betrokken administraties worden geïmplementeerd. We mogen ons dus verheugen dat deze maatregel, die het ITAA heeft opgezet, wordt gesteund en in het plan staat om zo snel mogelijk te worden uitgevoerd.
Van Coile: Ja, inderdaad. Hartelijk dank.
Clarinval: We zijn ons ook bewust van de moeilijkheden die u ondervindt met de publicatie in het Belgisch Staatsblad. We weten dat die taak soms complex is. Ze is ook een bron van frustratie en tijdverlies. Ik denk dat we op dit vlak moeten kunnen evolueren, samen met de minister van Justitie, Annelies Verlinden.
Het zijn meer technische gesprekken, maar ik denk dat we ervan kunnen uitgaan dat de minister van Justitie de procedure rond het Staatsblad ook wil vereenvoudigen. Er is in elk geval een gedeelde wil om jullie écht te helpen bij de digitalisering op die twee fronten. Dat lijkt me heel duidelijk.
Van Coile: Als we het over eDepot hebben, moeten we ook het probleem van het uniek mandaat bespreken. Binnen ons beroep is dat al heel lang een onderwerp. Het is bijna een obsessieve droom, want op dit moment hebben we verschillende volmachten nodig voor verschillende toegangen.
Dat betekent voor ons en voor ondernemingen ook tijdverlies, omdat we telkens die mandaten moeten bevestigen. Ook als er al een opdrachtbrief is getekend. We hebben al een akkoord kunnen vinden – onder meer met de Nationale Bank van België – over een ander mandaat. Er moet een link tussen deze komen om toegang te krijgen tot de neerlegging van de balans. We dromen van een algemeen mandaat, het zogenaamde uniek mandaat, dat voor alle administraties zou volstaan. Kunnen we vooruitgang op dit terrein verwachten?
Clarinval: U weet dat ik zelf ondernemer was, vóór ik minister werd. Ik sta nog altijd dicht bij de ondernemingen waarmee ik in het verleden heb samengewerkt, en ik ben actief in verschillende publieke verenigingen. Ik stel inderdaad vast dat we voortdurend mandaten moeten tekenen en volmachten moeten geven aan de experts die ons al jaren bijstaan. Los van het feit dat die stappen overbodig zijn, zijn ze beledigend. Bovendien kosten ze tijd en energie. Ze bemoeilijken het werk in het algemeen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat het uniek mandaat een echte hervorming is, die bovendien meerwaarde biedt. Hoewel deze maatregel werd voorgesteld nadat we uw sector hadden bevraagd voordat we het plan voor administratieve vereenvoudiging indienden, is hij door u, het ITAA, voorgelegd.
Ik heb de maatregel doorgestuurd naar minister Vincent Van Peteghem, die het plan aanstuurt. Op dit moment is het uniek mandaat niet in het plan opgenomen. Maar mijn team en ik werken eraan de minister te overtuigen om dit op te nemen in het plan en, net als voor het eDepot, snel vooruitgang te boeken.
Het is geen kwestie van onwil van mijn collega. Er zijn namelijk zeer veel – honderden – allerhande voorstellen ingediend, en hij moest zijn prioriteiten stellen. Maar reken op mij om navraag te doen bij minister Vincent Van Peteghem en bij minister Vanessa Matz, die bevoegd is voor FOD Beleid & Ondersteuning (BOSA). De FOD BOSA speelt namelijk een rol in dit dossier. Het is belangrijk dat deze twee ministers zich ervan bewust zijn dat deze maatregel in het plan moet worden opgenomen.
Het zijn meer technische gesprekken, maar ik denk dat we ervan kunnen uitgaan dat de minister van Justitie de procedure rond het Staatsblad ook wil vereenvoudigen. Er is in elk geval een gedeelde wil om jullie écht te helpen bij de digitalisering op die twee fronten. Dat lijkt me heel duidelijk.
Van Coile: Als we het over eDepot hebben, moeten we ook het probleem van het uniek mandaat bespreken. Binnen ons beroep is dat al heel lang een onderwerp. Het is bijna een obsessieve droom, want op dit moment hebben we verschillende volmachten nodig voor verschillende toegangen.
Dat betekent voor ons en voor ondernemingen ook tijdverlies, omdat we telkens die mandaten moeten bevestigen. Ook als er al een opdrachtbrief is getekend. We hebben al een akkoord kunnen vinden – onder meer met de Nationale Bank van België – over een ander mandaat. Er moet een link tussen deze komen om toegang te krijgen tot de neerlegging van de balans. We dromen van een algemeen mandaat, het zogenaamde uniek mandaat, dat voor alle administraties zou volstaan. Kunnen we vooruitgang op dit terrein verwachten?
Clarinval: U weet dat ik zelf ondernemer was, vóór ik minister werd. Ik sta nog altijd dicht bij de ondernemingen waarmee ik in het verleden heb samengewerkt, en ik ben actief in verschillende publieke verenigingen. Ik stel inderdaad vast dat we voortdurend mandaten moeten tekenen en volmachten moeten geven aan de experts die ons al jaren bijstaan. Los van het feit dat die stappen overbodig zijn, zijn ze beledigend. Bovendien kosten ze tijd en energie. Ze bemoeilijken het werk in het algemeen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat het uniek mandaat een echte hervorming is, die bovendien meerwaarde biedt. Hoewel deze maatregel werd voorgesteld nadat we uw sector hadden bevraagd voordat we het plan voor administratieve vereenvoudiging indienden, is hij door u, het ITAA, voorgelegd.
Ik heb de maatregel doorgestuurd naar minister Vincent Van Peteghem, die het plan aanstuurt. Op dit moment is het uniek mandaat niet in het plan opgenomen. Maar mijn team en ik werken eraan de minister te overtuigen om dit op te nemen in het plan en, net als voor het eDepot, snel vooruitgang te boeken.
Het is geen kwestie van onwil van mijn collega. Er zijn namelijk zeer veel – honderden – allerhande voorstellen ingediend, en hij moest zijn prioriteiten stellen. Maar reken op mij om navraag te doen bij minister Vincent Van Peteghem en bij minister Vanessa Matz, die bevoegd is voor FOD Beleid & Ondersteuning (BOSA). De FOD BOSA speelt namelijk een rol in dit dossier. Het is belangrijk dat deze twee ministers zich ervan bewust zijn dat deze maatregel in het plan moet worden opgenomen.
Van Coile: We rekenen zeker op u, want het is belangrijk om de zaken vooruit te helpen. Ik heb nog een vraag die ik u wil stellen. Ik geef soms les aan magistraten van het parket, die me vragen om de historiek van het ITAA toe te lichten. Ze stellen vragen zoals: “Wat is het ITAA? Wat is een accountant? Wat doen ze?”
In de praktijk kan een magistraat geconfronteerd worden met een probleem. Hij bekijkt de rekeningen, de balans van ondernemingen, en soms ziet hij dat het banksaldo op het einde van het jaar niet helemaal overeenkomt met de realiteit van het bankafschrift. Men vraagt ons hoe het mogelijk is dat de accountant – die betaald werd – een balans neerlegt die niet 100% strookt met de realiteit van het bankafschrift. En dit is maar één voorbeeld: er bestaan veel ernstigere fouten.
Vanuit die vaststelling hebben sommigen voorgesteld dat de accountant bij de neerlegging van balansen duidelijk de aard van zijn opdracht vermeldt, met name bij de stukken die aan banken worden bezorgd. Vandaag is die vermelding niet verplicht, wat betekent dat de exacte rol van de accountant niet altijd transparant is.
In die context: wat vindt u van het voorstel om de verplichte vermelding van opdrachten in de secties A en B in te voeren, en, beter nog, daar ook de zogenaamde samenstellingsopdracht in op te nemen? De balans zou bovendien door de beroepsbeoefenaar ondertekend worden om aan banken en leveranciers aan te tonen dat er een objectivering heeft plaatsgevonden voor de neerlegging. In het VKT1 formulier beschikken we momenteel over de secties A, B, C en D.
Het kan relevant zijn om te vermelden dat we ook de bestaande internationale norm toepassen, die in Nederland al verplicht is. Dit past in een transparantiedoelstelling en versterkt de rol van de accountant inzake het voeren van de boekhouding, het opstellen van de jaarrekeningen en, vooral, de bestrijding van fraude, die het centrale doel blijft. Die rol bestaat er allereerst in juiste informatie te publiceren, in het belang van een gezonde economische bedrijfsvoering.
Clarinval: Ik geef toe dat dit een nieuwe maatregel is die u hier voorstelt. In elk geval is mijn eerste reactie eerder positief, in die zin dat elke stap in de richting van transparantie, versterkte controle en, ruimer, preventie van frauduleus gebruik van tools in de goede richting lijkt te gaan. Op het eerste gezicht lijkt dit voorstel me eerder positief, onder voorbehoud van een technisch onderzoek, want ik erken dat ik nog geen tijd heb gehad om het in detail te analyseren. Het zou de transparantie moeten versterken en potentiële misbruiken helpen voorkomen. Dus, onder voorbehoud van een technische analyse, denk ik dat we deze vraag kunnen verdiepen.
In de praktijk kan een magistraat geconfronteerd worden met een probleem. Hij bekijkt de rekeningen, de balans van ondernemingen, en soms ziet hij dat het banksaldo op het einde van het jaar niet helemaal overeenkomt met de realiteit van het bankafschrift. Men vraagt ons hoe het mogelijk is dat de accountant – die betaald werd – een balans neerlegt die niet 100% strookt met de realiteit van het bankafschrift. En dit is maar één voorbeeld: er bestaan veel ernstigere fouten.
Vanuit die vaststelling hebben sommigen voorgesteld dat de accountant bij de neerlegging van balansen duidelijk de aard van zijn opdracht vermeldt, met name bij de stukken die aan banken worden bezorgd. Vandaag is die vermelding niet verplicht, wat betekent dat de exacte rol van de accountant niet altijd transparant is.
In die context: wat vindt u van het voorstel om de verplichte vermelding van opdrachten in de secties A en B in te voeren, en, beter nog, daar ook de zogenaamde samenstellingsopdracht in op te nemen? De balans zou bovendien door de beroepsbeoefenaar ondertekend worden om aan banken en leveranciers aan te tonen dat er een objectivering heeft plaatsgevonden voor de neerlegging. In het VKT1 formulier beschikken we momenteel over de secties A, B, C en D.
Het kan relevant zijn om te vermelden dat we ook de bestaande internationale norm toepassen, die in Nederland al verplicht is. Dit past in een transparantiedoelstelling en versterkt de rol van de accountant inzake het voeren van de boekhouding, het opstellen van de jaarrekeningen en, vooral, de bestrijding van fraude, die het centrale doel blijft. Die rol bestaat er allereerst in juiste informatie te publiceren, in het belang van een gezonde economische bedrijfsvoering.
Clarinval: Ik geef toe dat dit een nieuwe maatregel is die u hier voorstelt. In elk geval is mijn eerste reactie eerder positief, in die zin dat elke stap in de richting van transparantie, versterkte controle en, ruimer, preventie van frauduleus gebruik van tools in de goede richting lijkt te gaan. Op het eerste gezicht lijkt dit voorstel me eerder positief, onder voorbehoud van een technisch onderzoek, want ik erken dat ik nog geen tijd heb gehad om het in detail te analyseren. Het zou de transparantie moeten versterken en potentiële misbruiken helpen voorkomen. Dus, onder voorbehoud van een technische analyse, denk ik dat we deze vraag kunnen verdiepen.
Van Coile: Eigenlijk verhoogt deze maatregel de kosten voor de cliënt niet, want veel kantoren werken correct.
Delvaux: Ze zal ons ook toelaten om op te treden tegen wie illegaal het beroep uitoefent. Wat betreft e-facturatie, die verplicht is sinds 1 januari 2026: we hebben in november vernomen dat er een administratieve tolerantie van ongeveer drie maanden zal zijn. Ik moet toegeven dat die tolerantie de beste accountants enigszins benadeelt, want zij zijn uiteraard klaar.
We weten dat er helaas nog een aantal ondernemingen niet klaar zijn. Dus we kunnen het uitstel begrijpen. Maar hoe moeten we dat interpreteren? Gaat het om een uitstel? Een tolerantie? Een tolerantie die ook echt door de Administratie zal worden gevolgd?
Clarinval: U weet dat dit een debat is dat ons de afgelopen jaren veel heeft beziggehouden, aangezien deze beslissing onder Vivaldi is genomen en we ze nu uitvoeren in het kader van Arizona. De datum blijft. Er zal dus geen wijziging of uitstel zijn. Iedereen moet zich in orde stellen. Ik weet dat dit soms enige spanning met zich meebrengt, maar ik heb in de praktijk kunnen vaststellen dat alle boekhouders en accountants daadwerkelijk het nodige hebben gedaan.
Ze hebben de nodige tijd genomen, hun cliënten geïnformeerd, sessies georganiseerd. We zien dat er echt een gedeelde wil was om de zaken vooruit te helpen. En ik wil echt iedereen feliciteren met het geleverde werk.
De tolerantieperiode mag als een echte tolerantie worden begrepen. Concreet betekent dit dat er vanaf 1 januari controles zullen plaatsvinden. Maar als blijkt dat bedrijven bezig zijn met de implementatie, maar vertragingen of technische moeilijkheden ondervinden, zal de overheid gedurende een periode van drie maanden geen sancties opleggen. Niettemin zullen er controles worden uitgevoerd. De periode is dus geen uitstel: ze biedt geen extra drie maanden om in regel te komen. Dit mag niet zo worden geïnterpreteerd.
Delvaux: Goed om te horen, want de overheid moet uiteraard alert blijven tegenover onze clienten. Anders zouden sommigen daarvan kunnen profiteren en onze werking ontregelen.
Clarinval: Mijn boodschap was uiteraard ook gericht aan uw cliënten. Aangezien ik zelf ondernemer ben geweest, weet ik hoe fundamenteel jullie rol is bij ondernemingen. Jullie beroep evolueert ook. Het zal nu steeds meer bestaan uit advies, begeleiding en expertise. Het zal minder draaien om controle en puur administratief werk.
Jullie zijn de cijferexperts. Jullie voegen een enorme meerwaarde toe aan het werk van ondernemingen, die soms overstelpt zijn en het nut van dat helikopterzicht en ondersteuning niet altijd beseffen. Het is ook nodig dat jullie dit op lange termijn aanbieden. Jullie kennen de te ondernemen stappen, jullie weten wat eraan komt en spelen erop in. Zo helpen jullie ondernemingen te groeien en zelf vooruit te denken – met jullie advies als kompas. Jullie voeren uitstekend werk, en ik wilde jullie daarvoor bedanken.
Van Coile: Dank u, meneer de vice-eersteminister. Nogmaals dank dat u de tijd heeft genomen om met ons te spreken en, bij uitbreiding, met onze beroepsgroep.
Delvaux: Ze zal ons ook toelaten om op te treden tegen wie illegaal het beroep uitoefent. Wat betreft e-facturatie, die verplicht is sinds 1 januari 2026: we hebben in november vernomen dat er een administratieve tolerantie van ongeveer drie maanden zal zijn. Ik moet toegeven dat die tolerantie de beste accountants enigszins benadeelt, want zij zijn uiteraard klaar.
We weten dat er helaas nog een aantal ondernemingen niet klaar zijn. Dus we kunnen het uitstel begrijpen. Maar hoe moeten we dat interpreteren? Gaat het om een uitstel? Een tolerantie? Een tolerantie die ook echt door de Administratie zal worden gevolgd?
Clarinval: U weet dat dit een debat is dat ons de afgelopen jaren veel heeft beziggehouden, aangezien deze beslissing onder Vivaldi is genomen en we ze nu uitvoeren in het kader van Arizona. De datum blijft. Er zal dus geen wijziging of uitstel zijn. Iedereen moet zich in orde stellen. Ik weet dat dit soms enige spanning met zich meebrengt, maar ik heb in de praktijk kunnen vaststellen dat alle boekhouders en accountants daadwerkelijk het nodige hebben gedaan.
Ze hebben de nodige tijd genomen, hun cliënten geïnformeerd, sessies georganiseerd. We zien dat er echt een gedeelde wil was om de zaken vooruit te helpen. En ik wil echt iedereen feliciteren met het geleverde werk.
De tolerantieperiode mag als een echte tolerantie worden begrepen. Concreet betekent dit dat er vanaf 1 januari controles zullen plaatsvinden. Maar als blijkt dat bedrijven bezig zijn met de implementatie, maar vertragingen of technische moeilijkheden ondervinden, zal de overheid gedurende een periode van drie maanden geen sancties opleggen. Niettemin zullen er controles worden uitgevoerd. De periode is dus geen uitstel: ze biedt geen extra drie maanden om in regel te komen. Dit mag niet zo worden geïnterpreteerd.
Delvaux: Goed om te horen, want de overheid moet uiteraard alert blijven tegenover onze clienten. Anders zouden sommigen daarvan kunnen profiteren en onze werking ontregelen.
Clarinval: Mijn boodschap was uiteraard ook gericht aan uw cliënten. Aangezien ik zelf ondernemer ben geweest, weet ik hoe fundamenteel jullie rol is bij ondernemingen. Jullie beroep evolueert ook. Het zal nu steeds meer bestaan uit advies, begeleiding en expertise. Het zal minder draaien om controle en puur administratief werk.
Jullie zijn de cijferexperts. Jullie voegen een enorme meerwaarde toe aan het werk van ondernemingen, die soms overstelpt zijn en het nut van dat helikopterzicht en ondersteuning niet altijd beseffen. Het is ook nodig dat jullie dit op lange termijn aanbieden. Jullie kennen de te ondernemen stappen, jullie weten wat eraan komt en spelen erop in. Zo helpen jullie ondernemingen te groeien en zelf vooruit te denken – met jullie advies als kompas. Jullie voeren uitstekend werk, en ik wilde jullie daarvoor bedanken.
Van Coile: Dank u, meneer de vice-eersteminister. Nogmaals dank dat u de tijd heeft genomen om met ons te spreken en, bij uitbreiding, met onze beroepsgroep.
Conclusie
Dit gesprek bleek uitermate productief: het verduidelijkte de situatie en heeft een basis gelegd voor 2026. In deze moeilijke tijden, waarin budgetten uit de hand lopen en de internationale economie wankelt, is het des te belangrijker dat onze beroepsgroep goed gewapend is – in het belang van onze cliënten.
Meer artikels als deze?