Goed nieuws voor ondernemingen die vanaf 1 januari 2025 investeren in activa die mogelijk in aanmerking komen voor de verhoogde thematische investeringsaftrek: een nieuw koninklijk besluit dat door het kabinet wordt voorbereid moet de nodige rechtszekerheid bieden tijdens de overgangsperiode.
Voor investeringen die vanaf 1 januari 2025 werden verkregen of tot stand gebracht en die in aanmerking kunnen komen voor de verhoogde thematische investeringsaftrek, werd een overgangsregeling uitgewerkt om de rechtszekerheid te waarborgen zolang de attesteringsprocedure (zoals voorzien in de wet) nog niet volledig operationeel is. Die regeling is opgenomen in het ontwerp van koninklijk besluit dat expliciet tot doel heeft de onzekerheid weg te nemen vóór de publicatie van de definitieve samenwerkingsakkoorden.
Het KB bevestigt dat er een tolerantieperiode loopt van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Voor investeringen in die periode zal het attest voorlopig niet bij de belastingaangifte moeten worden gevoegd, behalve wanneer de belastingplichtige er al over beschikt. De bestaande administratieve verplichtingen blijven evenwel gelden. Zo blijft onder meer de verplichting bestaan om de vereiste formulieren in te dienen.
Wat betekent dit concreet in de praktijk?
Voor investeringen vanaf 1 januari 2025 zal de investeringsaftrek dus kunnen worden gevraagd, ook al is de attesteringsprocedure vandaag nog niet technisch volledig beschikbaar. In de praktijk betekent dit volgens de bevestigde krijtlijnen het volgende:
- de aanvraag gebeurt via formulier 275U of 276U, samen met de aangifte in de vennootschapsbelasting;
- het attest moet vandaag nog niet worden toegevoegd aan de aangifte;
- zodra de bevoegde tool effectief beschikbaar is, zal het attest alsnog moeten worden aangevraagd;
- het attest moet nadien in het dossier worden bewaard met het oog op een eventuele fiscale controle.
Het nieuwe ontwerp KB sluit daarbij aan door te bepalen dat het attest voor deze overgangsperiode niet moet worden toegevoegd aan de aangifte, maar dat de belastingplichtige wel de overige formaliteiten moet naleven en later een attest ter beschikking van de administratie moet kunnen houden.
Dossierplicht blijft essentieel
De tolerantie betekent niet dat er geen onderbouwing nodig is. Integendeel: de belastingplichtige moet voor elk betrokken actief een dossier bijhouden waaruit blijkt dat hij de nodige verificaties heeft uitgevoerd om na te gaan of de investering overeenstemt met één van de toepasselijke investeringslijsten. Het KB vermeldt als mogelijke bewijsstukken onder meer een intern of extern expertenrapport, een gemotiveerde beslissing, een offerte of factuur met relevante verwijzingen, en – indien voorhanden – documenten die een latere aanvraag van een attest staven.
Wat als de attesteringsmodule later beschikbaar is?
Indien de bevoegde tool bijvoorbeeld pas in 2027 operationeel wordt, zijn er in de praktijk twee mogelijke situaties:
- Positief attest: dan is er in principe geen probleem, op voorwaarde dat de investeringsaftrek destijds correct en tijdig werd aangevraagd bij de aangifte. Het attest moet dan gewoon in het dossier worden bijgehouden.
- Negatief attest: in dat geval zal de eerder genoten investeringsaftrek moeten worden teruggenomen in het belastbare tijdperk waarin het negatieve attest wordt ontvangen.
Deze benadering sluit aan bij de logica van het KB: de belastingplichtige mag tijdens de overgangsperiode handelen zonder het attest al bij de aangifte te voegen, maar blijft gehouden om later, zodra dat kan, een positief attest te bekomen en voor te leggen bij controle. Zonder positief attest vervalt uiteindelijk het recht op de verhoogde investeringsaftrek.
Goede trouw staat centraal
Belangrijk is dat de administratie expliciet uitgaat van een benadering in goede trouw: de aftrek kan vandaag correct worden toegepast op basis van de geldende regels en de beschikbare informatie, en wordt enkel later gecorrigeerd indien een negatief attest volgt. Volgens de bevestigde krijtlijnen is dat bijzonder belangrijk, omdat bij handelen te goeder trouw geen belastingverhoging van 10% zou worden toegepast en er evenmin sprake zou zijn van rangname. Het kabinet verzekert ons dat er bij terugname van de investeringsaftrek bij negatief attest geen belastingverhoging zal worden toegepast.
Voor leden is dit een belangrijk signaal van rechtszekerheid dat door het FOD Financiën wordt geboden: wie vandaag zorgvuldig werkt, zijn dossier degelijk documenteert en later de attesteringsprocedure volgt zodra die beschikbaar is, moet niet worden benadeeld door de laattijdige operationele uitrol van het systeem. Negatieve attesten mogen ook geen aanleiding geven tot sancties aangezien ze niet tijdig konden worden aangevraagd.
Ons advies
Wij raden leden aan om nu al bijzonder aandachtig te werk te gaan en voor elke betrokken investering minstens het volgende te voorzien:
- controleer zorgvuldig of de investering in aanmerking kan komen voor de verhoogde thematische investeringsaftrek;
- dien tijdig formulier 275U of 276U in samen met de aangifte;
- bouw een volledig dossier op met alle relevante technische, contractuele en fiscale stukken;
- vraag het attest aan zodra de bevoegde tool of procedure beschikbaar is;
- bewaar het attest in het dossier voor een eventuele controle.
> Raadpleeg de bijlagen van het KB/WIB92 voor de volledige investeringslijst