De niet-doorstorting van de bedrijfsvoorheffing en de programmawet van 30 mei 2026

De programmawet van 30 mei 2026 (BS 1 juni 2026) voerde een correctiefactor op het niet door te storten bedrag van de bedrijfsvoorheffing. Daarnaast bevat deze wet ook bijzondere maatregelen inzake de ploegen- of nachtarbeid en inzake de fruit- en groenteteelt. Een overzicht van de nieuwigheden en hun impact op de regels rond (niet-doorstorting van de) bedrijfsvoorheffing.

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Werkgevers in België genieten in bepaalde gevallen van een gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de lonen van specifieke werknemers. Deze vrijstelling geldt o.a. voor vergoedingen voor gepresteerd overwerk, bezoldigingen in de koopvaardij-, bagger- en sleepvaartsector, bezoldigingen van onderzoekers, bezoldigingen in de sector van de zeevisserij en vergoedingen voor ploegenarbeid en nachtarbeid.

De regels zijn een technisch kluwen. Hieronder gaan we enkel in op de nieuwigheden van de programmawet.

Correctiefactor

Het totale bedrag van door een schuldenaar niet door te storten bedrijfsvoorheffing wordt voortaan beperkt door een zogenaamde ‘correctiefactor’.

Het Monitoringcomité had in zijn rapport van september 2025 namelijk vastgesteld dat het jaarbedrag van die fiscale uitgaven van 4.639 miljoen euro in 2025 zou toenemen tot 5.027 miljoen euro tegen 2030, een toename van 8,36%.

Om de budgettaire houdbaarheid van het stelsel van de niet-doorstorting te vrijwaren zonder een uitholling, stelde de regering voor om door middel van die correctiefactor een algemene matiging van de verschillende vrijstellingen door te voeren.

Voor de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing betekent dit concreet dat:

  • gedurende de periode waarin bezoldigingen worden betaald of toegekend die in aanmerking komen voor de vrijstelling, het huidige in de wet voorziene vrijstellingspercentage blijvend kan worden toegepast
  • naar aanleiding van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing een correctiefactor wordt toegepast op de niet door te storten bedrijfsvoorheffing.

Aangezien werkgevers die reeds gebruik maken van de vrijstellingen bij het indienen van de periodieke aangifte in de bedrijfsvoorheffing (op maandbasis, dan wel op kwartaalbasis) een eerste inschatting kunnen opmaken van de verschuldigde sommen aan de Schatkist worden volgens de memorie van toelichting de voorzienbaarheid, de rechtszekerheid en de stabiliteit van de stelsels bewaard.

De correctiefactor bedraagt voor de berekening van de niet door te storten bedrijfsvoorheffing ingehouden op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend:

  • tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027: 97%
  • tussen 1 januari 2028 en 31 december 2028: 93,35%
  • vanaf 1 januari 2029: 95,9%.

Deze percentages staan weliswaar niet in steen gebeiteld. De Koning kan jaarlijks bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en ten laatste op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waar de correctiefactor betrekking op heeft – en dat ten laatste op 31 december 2028 – de in het eerste lid bedoelde percentages namelijk aanpassen in functie van de evolutie van de niet doorgestorte bedragen in de Schatkist ten opzichte van het kalenderjaar 2026.

Van een volkomen rechtszekerheid is hier dus geen sprake.

De Koning kan eveneens nog de wijze bepalen waarop de werkgevers die een in dit hoofdstuk bedoelde vrijstelling vragen waarop de in dit artikel bedoelde correctiefactor van toepassing is, het bewijs leveren dat de correctiefactor correct in rekening werd gebracht op het bedrag van de bedrijfsvoorheffing dat niet in de Schatkist moet worden gestort.

Inwerkingtreding: 1 januari 2027.

Ploegen- of nachtarbeid

Voor een toepassing van dit stelsel moet door een schuldenaar ook een ploegen- of nachtpremie worden toegekend.

Onder ploegenpremie wordt een premie verstaan die:

  • is toegekend naar aanleiding van de uitoefening van ploegenarbeid
  • de bezoldiging die aan de werknemer wordt toegekend voor een in ploegenarbeid gepresteerd uur ten minste 2% doet toenemen
  • is vastgelegd bij een collectieve arbeidsovereenkomst, in het arbeidsreglement of in een arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer.

Onder een nachtpremie wordt een premie verstaan die:

  • in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 35, § 2 tot 5, van de arbeidswet van 16 maart 1971
  • is toegekend naar aanleiding van de nachtarbeid
  • de bezoldiging die aan de werknemer wordt toegekend voor een in nachtarbeid gepresteerd uur ten minste 12% doet toenemen
  • is vastgelegd bij collectieve arbeidsovereenkomst, in het arbeidsreglement of in een arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer.

Ondernemingen waar nachtarbeid wordt verricht, zijn ondernemingen:

  • i. waar werknemers overeenkomstig de in de onderneming toepasselijke arbeidsregeling, nachtarbeid verrichten, zoals bedoeld in artikel 35, § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971
  • ii. met uitsluiting van de werknemers die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur.

Inwerkingtreding: voor de bezoldigingen die vanaf 1 juni 2026 worden betaald of toegekend.

Fruit- en groenteteelt

Artikel 27513 WIB 1992 werd oorspronkelijk ingevoerd door de programmawet van 22 december 2023. Deze bepaling werd retroactief vernietigd op 12 juni 2025 bij arrest nr. 86/2025 van het Grondwettelijk Hof. Door artikel 36 van de programmawet van 30 mei 2026 is de regeling heropgevist door de invoering van een nieuw artikel 27513 WIB 1992.

De vrijstelling staat open voor de volgende schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing:

  • de werkgevers die ressorteren onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf en zich in hoofdzaak bezighouden met fruitteelt of groenteteelt; de rechtsvorm is van geen belang
  • de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid voor de uitzendkrachten die ter beschikking gesteld zijn aan voornoemde werkgevers, op voorwaarde dat zij van deze werkgever waarbij de uitzendkrachten zijn tewerkgesteld op de door de Koning bepaalde wijze het akkoord hebben gekregen om de in dit artikel bedoelde vrijstelling toe te passen.

Volgende definities gelden:

  • fruitteelt: de teelt van hard fruit, zacht fruit en steenvruchten met inbegrip van de druiventeelt
  • groenteteelt: de teelt van groenten in openlucht of onder glas
  • gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt: een gelegenheidsarbeider als bedoeld in artikel 8bis van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders die is tewerkgesteld door een voornoemde werkgever
  • uur gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt: een uur dat effectief wordt gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt evenals een uur dat met een effectief gepresteerd uur als gelegenheidsarbeider wordt gelijkgesteld en waarvoor het normale loon verschuldigd is door de werkgever.

De niet te storten bedrijfsvoorheffing is gelijk aan 1,30 euro per uur vermenigvuldigd met het totaal aantal uren dat is gepresteerd als gelegenheidsarbeider in de fruit- of groenteteelt en waarvoor voor het eerst bezoldigingen worden betaald of toegekend. Het bedrag van 1,30 euro per uur is gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex.

De vrijstelling wordt toegepast op de bedrijfsvoorheffing die ingehouden wordt op de bezoldigingen van alle gelegenheidsarbeiders in de fruit- of groenteteelt die door de betrokken werkgever worden tewerkgesteld en die aan de Schatkist verschuldigd is, in voorkomend geval na toepassing van de in de artikelen 2751 (overwerk), 2755 (ploegen- of nachtarbeid), 2758 tot 27510 (steunzones, natuurrampen, startende ondernemingen) en 27512 (opleiding) WIB 1992 bedoelde vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing.

De vrijstelling kan niet worden toegepast op de bedrijfsvoorheffing die aanvullend wordt ingehouden boven op de bedrijfsvoorheffing die reglementair minimaal verschuldigd is.

Op 1 januari van elk jaar wordt dat bedrag aangepast door het te vermenigvuldigen met het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn en gedeeld door het cijfer van de afgevlakte gezondheidsindex voor de maand september 2025. Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond tot de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van de duizendsten al dan niet 5 bereikt.

De Koning bepaalt de nadere regels voor de aanvraag van de toepassing van dit artikel en de manier waarop het bewijs wordt geleverd dat aan de voorwaarden voor de toepassing van dit artikel is voldaan.

Inwerkingtreding: op de uren die vanaf 1 januari 2026 door gelegenheidsarbeiders in de fruit- of groenteteelt worden gepresteerd.

Conclusie

Het stelsel van niet-doorstorting van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing blijft een complex uitzonderingsstelsel. De bewijslast ligt bij de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing welke een vrijstelling inroepen. Daartoe is het ook aangewezen de wettelijk vereiste documenten zorgvuldig op te stellen en aan te houden voor het geval van een grondige controle door de belastingadministratie.

Over de auteur

Dirk Deschrijver behaalde zijn diploma rechten aan de UIA. Aan de VUB behaalde de auteur een bijzondere licentie in de fiscale wetenschappen en een bijzondere licentie in het economisch recht. Hij is lid van de redactieraad van het Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap/Revue Pratique des Sociétés, van de redactie van het Algemeen Fiscaal Tijdschrift en auteur van diverse bijdragen en werken inzake het fiscaal recht, waaronder een standaardwerk over de bedrijfsvoorheffing.

Gerelateerde artikelen

De ITAA-ledenstempel heeft een nieuwe plek: uw persoonlijke e-loket. Zo blijft hij voorbehouden aan ITAA-leden. Met de ITAA-ledenstempel waarmerkt u specifieke documenten voor een individuele cliënt, zodat meteen duidelijk is...
Op zaterdag 22 mei 2027 helpen accountants en belastingadviseurs bezoekers bij DPG Media in Antwerpen met hun belastingaangifte. We willen er met zoveel mogelijk experten bij zijn. Komt u ook?...
Laattijdige aangiften op laagste niveau in zes jaar: uw planning maakt het verschil Het aandeel laattijdige aangiften in de personenbelasting is gedaald tot het laagste niveau in zes jaar, en...
Op 23 oktober 2026 treden twee vernieuwde normen in werking voor opdrachten die u als gecertificeerd accountant regelmatig uitvoert. Dit verandert er, en zo bereidt u zich voor. Voor opdrachten...
Begeleidt u een cliënt die onder de Pillar 2-minimumbelasting valt? Dan krijgt u een maand extra: de aangiften voor de binnenlandse bijheffing en de IIR-bijheffing, en de kennisgeving van de...
Op dinsdag 3 november 2026 brengt de European Tax Adviser Federation belastingadviseurs, beleidsmakers en academici uit heel Europa samen in Brussel. U hoort uit eerste hand waar het Europese belastingbeleid...
Arizona, DAC8 en de verplichte e-facturatie tekenen het landschap opnieuw. En net daardoor wordt uw rol beter zichtbaar: u past de regels niet alleen toe, u vertaalt ze naar beslissingen...
Met de Wet van 18 december 2025 heeft de wetgever opnieuw gesleuteld aan de regels inzake de fiscale aftrekbaarheid van autokosten. De invoering van een nieuw fiscaal aftrekschema voor bepaalde...
Elk jaar worden in België zo’n 8.000 BV’s opgericht om samenwerkingen te structureren tussen twee of meer personen. En al te vaak zonder aandeelhoudersovereenkomst. Zonder afspraken over wie beslist, wat...
In accountancykantoren wordt groei vaak gemeten aan de hand van kwantitatieve termen: meer dossiers, meer omzet, meer klanten, meer medewerkers. Dat zijn heldere en meetbare parameters: eenvoudig te rapporteren en...